FLammkuchen; delen maar!

Flammkuchen is zo’n echte skihut-klassieker die er ook op een gure dag in maart goed in gaat. Waar hij vandaan komt? In de grensstreek tussen Duitsland en Frankrijk bakkeleien ze al eeuwen over die vraag. Doet er niet toe, hij is verleidelijk lekker en makkelijk te maken, met slechts een paar simpele ingrediënten.

0
133
Flammkuchen | ©Puck Kerkhoven
Tekst en beeld Puck Kerkhoven

Wij kennen deze hartige plaatkoek als Vlammenkoek, in het Frans Tarte flambée, in het Duits dus Flammkuchen. Hij werd oorspronkelijk gebakken tussen de vlammen van opwarmende houtovens en vaak gegeten als lunch, als tussendoortje bij een koud glas bier of als voorgerecht. Dat houtovenaroma is natuurlijk uniek, maar ook in een gewone hete oven kun je hem gelukkig goed bakken.

Hij heeft wel wat weg van een pizza, maar zijn bodem is knapperiger. En er gaat een laagje romige, witte crème fraîche over, in plaats van tomatensaus, waardoor hij bleek van kleur blijft. Voor de variatie kun je spek vervangen door plakjes gerookte zalm, die je er pas na het bakken op legt. Bestrooi met gehakte dille.

Flammkuchen is nou echt zo’n sociaal gerecht dat zich gezellig laat delen. Ook kinderen zijn er dol op.

RECEPT
Ambachtelijke Flammkuchen
voor 2 tot 4 personen

Ingredienten

  • 200 gram bloem, beetje extra
  • 125 ml handwarm water
  • 3,5 gramdroge gist, dat is een half zakje
  • ½ eetlepel zonnebloemolie
  • ½ theelepel zout
  • 1 witte en 1 rode ui, in dunne halve ringen gesneden
  • 3 eetlepels crème fraîche
  • 1 eetlepel magere kwark
  • 75 gram gerookte spek, kleine blokjes
  • 100 gram geraspte gruyèrekaas (of belegen Goudse)
  • ½ theelepel tijmblaadjes, versgemalen peper
  • 50 gram veldsla
  • ½ appel, in lucifer dunne reepjes gesneden
  • Dressing: 1 theelepel appelazijn (of appelsap), ½ eetlepel olie, snufje zout en peper

Zeef bloem in een mengkom, meng gistkorrels erdoor. Maak een kuiltje in midden, meng hierin olie met water en bloem tot een papje. Strooi zout over de meelrand, meng vanuit het midden alles door elkaar en kneed tot een soepel deeg. Vorm een bol, bedek met plasticfolie en zet minimaal 1 uur te rijzen op een warme plek.

Bak spekblokjes in een koekenpan met een paar drupjes olie tot ze net kleuren, neem uit. Bak in dezelfde pan met wat extra olie de uienringen zacht maar niet bruin. Vermeng in een kommetje kwark met crème fraîche.

Oven voorverwarmen op 225 graden. Bekleed een grote bakplaat met bakpapier. Bestuif je werkblad en deegroller met bloem. Deeg uitrollen tot een flinterdunne ovalen lap, leg op bakplaat. Bestrijk met crèmemengsel, verdeel spekblokjes en uienringen erover, bestrooi met tijm, peper en geraspte kaas. Bak in 10 tot 12 minuten knapperig goudbruin. Serveer op een houten plank, snij in stukken. Meng veldsla met appelreepjes en dressing. Leg op elk stuk een plukje.

Lekker borrelhapje: verdeel in 16 kleine stukjes en leg wat sla op elk stukje.

Tip van Puck: Geen deegroller? Met een (afgewassen!) lege wijnfles kun je prima deeg uitrollen.

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here