Beeld om nooit te vergeten

Wat is het verhaal van het monument op het Krugerplein? 'Hier komt de verschrikkelijke geschiedenis van de jodenvervolging samen met de historie van de apartheid.'

0
1122

Ook monumenten hebben een naam. Dat zou je wel eens vergeten als je er – al dan niet letterlijk – aan voorbijgaat. Het beeld dat op het Krugerplein staat in De Amsterdamse Transvaalbuurt heet officieel Monument tegen Apartheid en Racisme. Het is gemaakt door kunstenaar Pépé Grégoire (1950) en staat er sinds 1987. Grégoire is een Nederlands kunstenaar.

Bart Luirink (68) is journalist en schrijver. Hij woonde meer dan twintig jaar in Zuid-Afrika en was actief voor de Anti Apartheids Beweging Nederland (AABN). Tot op de dag van vandaag is hij hoofdredacteur van het Engelstalige online magazine ZAM (zammagazine.com).

“Het probleem met praten over kunst is dat mensen dan ineens rare woorden gaan gebruiken. Dan hoor je zinnen als: ‘de dialoog tussen de buurt en het kunstwerk’. Wat mij persoonlijk in dit beeld van Grégoire raakt, is dat het je uitnodigt er beter naar te kijken. Je ziet iets wat anatomisch eigenlijk niet kan. We zien een hand voor ons en kijken op de achterkant van een voet, die als het ware uit elkaar zijn gereten. De beeldhouwer ziet het menselijk lichaam als een metafoor voor de samenleving. Als die samenleving verscheurd raakt, dreigt dat lichaam uit elkaar te vallen.”

Op de plaquette aan de voet (en hand!) van dit monument wordt dat toegelicht. ‘De relatie van arm en been staat voor menselijke eenheid in verscheidenheid’, staat er te lezen. En: ‘de onnatuurlijke splitsing ervan is de moedwillige ontkenning van die eenheid’.

Er zijn meer Transvaalbuurten in Nederland. Ze ontstonden rond 1900 uit de gedachte van de gevoelde stamverwantschap met de voor een deel Nederlandse bewoners in de Transvaal. Bart Luirink: “In de Amsterdamse Transvaalbuurt woonden voor de Tweede Wereldoorlog veel joodse Amsterdammers, vooral geschoolde arbeiders. In de jaren tachtig namen het protest en het verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika toe. Amsterdam gaf in 1989 onderdak aan een kantoor van de anti-apartheidsgroepering ANC. In 1978 en 1987 waren enkele straatnamen in de Transvaalbuurt die aan de apartheid herinnerden gewijzigd. Vanuit de joodse gemeenschap in de buurt kwam daar weerstand tegen, die toen niet voorzien maar wel begrijpelijk was. ‘Mijn opa is weggevoerd uit de Schalk Burgerstraat’, was dan de associatie die aan die aan zo’n straatnaam kleefde en die ze wilden bewaren.”

In deze tijd is er nog steeds de dreiging van racisme en antisemitisme. “Er zijn helaas nog steeds groeperingen die een stamverwantschap voelen met witte mensen in Zuid-Afrika, waar voor hen een zekere inspiratie van uitgaat. Nog begin mei werd bij de toegangspoort van het Nelson Mandelapark in Zuidoost een spandoek opgehangen met daarop de naam van Stephanus Walters, een achttiende-eeuwse Nederlandse kolonist in Zuid-Afrika.”

Dat van die rare ‘dialoog tussen buurt en kunstwerk’ klopt in dit geval dus wel een beetje. “Op het Krugerplein – vernoemd naar Paul Kruger, de vijfde president van de onafhankelijke republiek Transvaal – komt de verschrikkelijke geschiedenis van de jodenvervolging samen met de historie van de apartheid. Om daar dan zo’n werk neer te zetten is gewoon mooi!”

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in