Vondelingenhausse rond 1800 ontstond door bittere armoede

0
112
Moeder met vondeling © Stadsarchief

Door bittere armoede gedreven, legden rond 1800 zo’n twee moeders per dag hun kind te vondeling. Het Stadsarchief wijdt er een tentoonstelling aan.

De zeventiende eeuw mag dan van goud zijn geweest, rond 1800 kent Amsterdam bittere armoede. Nanda Geuzebroek maakte over vondelingen een rijk geïllustreerd boek. Het Amsterdam van rond 1800 was een spookstad, schrijft ze. In de grachten drijven dode honden, in de haven liggen vaartuigen weg te rotten. Het stadsbeeld wordt bepaald door ingestorte panden, jeugdbendes en bedelaars. Van de welvaart uit de gouden eeuw is niet veel meer  over.

Hoewel er sprake is van een rijke elite, heerst er veel armoede in buurten als de Jordaan, met zijn sloppen, stegen en gangen, het Noordse Bosch (omgeving Vijzelgracht) en de oostelijke en westelijke eilanden.

Het zijn buurten waar veel ongeschoolde sjouwers, nachtwerkers, knechten en dienstmeiden wonen. De werkloosheid is hoog. Rond 1800 krijgen ruim twaalfduizend gezinnen (op een bevolking van 195.000 Amsterdammers) steun in de vorm van brood, boter, kaas en turf. Er zijn twee bedelings-instanties, maar ook de kerkgemeenschappen worden geacht voor hun zwakkere broeders en zusters te zorgen. Hoor je daar niet bij, of kom je van buiten de stad, dan val je buiten de boot. In 1811 leven zo’n achthonderd mensen op straat: bedelaars, kreupelen en blinden, maar ook tot armoede vervallen moeders met kinderen.

Bedeling

Geuzebroek: “Je had in die tijd wel een vorm van bedeling, maar daar waren voorwaarden aan verbonden. Zo moest je zeker vier of vijf kinderen hebben om wat brood en turf te krijgen en zo de winter door te komen. Echt toereikend was het niet. Veel vrouwen sliepen dus onder ‘de blote hemel’, en besloten hun kind af te staan.”

Vondelingen werden naar het in 1666 geopend Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht gebracht, een complex dat later als Paleis van Justitie dienst zou doen.
Babies gingen meteen naar een min. Die verzorgde de kleintjes tot hun vierde. Veel zuigelingen waren echter al zó verzwakt bij binnenkomst dat ze binnen een paar maanden bij de min overleden. Maar éénvijfde van de vondelingen bereikte de volwassenen leeftijd.

Als de kinderen vier jaar zijn, gaan ze naar het Kinderhuis van het Aalmoezeniersweeshuis. Het is er vaak propvol, zodat vijf peuters om en om in een bed worden gelegd. Als de kinderen bij het ochtendgloren worden gewekt, moeten ze voor hun bed knielen om het opperwezen te danken dat ze de nacht gezond zijn doorgekomen. Het ontbijt bestaat uit roggebrood, boter en kaas en bij het avondmaal kunnen de kinderen zich te goed doen aan witte kool met aardappelen, grauwe erwten en karnemelk met gruttenmeel. Alleen in het weekend, of op een feestdag, is er vis of vlees.

Briefjes

De tentoonstelling toont vooral eeuwenoude, deerlijk gehavende innameboeken met briefjes die de moeders hun vondeling meegaven, maar er zijn ook enkele voorwerpen te zien, zoals een tinnen bord, waar vier kinderen tegelijk uit moesten eten. Je moest dus snel dooreten wilde je niet met een hongerige maag achterblijven, wat herinneringen oproept aan Dickens’ beroemde verhaal over het weeshuiskind Oliver Twist.

Intrigerend zijn de eeuwenoude blokken hout waar een zware ketting aan vastzat, die weeshuiskinderen om hun enkels kregen als ze zich niet aan de regels hielden. Weten we meteen waar de uitdrukking ‘een blok aan je been’ vandaan komt.

Voor we de expositie verlaten, werpen we nog even een blik op een rood jurkje waarin een vondelingenmeisje ooit bij het weeshuis werd afgeleverd. Het maakt die barre geschiedenis van Amsterdam in de negentiende eeuw weer een stukje tastbaarder.   

De tentoonstelling ‘Vondelingen’ in het Stadsarchief is tot 4 oktober 2020 te zien. Reserveren is noodzakelijk. Dat moet – in verband met corona – een dag van tevoren.

 

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here