Ode aan Amsterdam

1
165

Door Zihni Özdil

‘Harry Mulisch heeft alleen maar slechte broddelwerken geschreven’, zei ik grinnikend in De Balie. Het was de lancering van de ‘Nieuwe Herenclub’. Tamar de Waal, Thomas Heerma van Voss, Alma Mathijsen en ik kregen van de overlevende leden van de legendarische Herenclub van Harry Mulisch het stokje overhandigd.

Voor de gelegenheid had ik expres een Feyenoord-shirt aangetrokken en zat ik de hele avond te klieren en de ‘Grachtengordel’ belachelijk te maken. Wat was het gevolg? Een staande ovatie.

En dát is waarom ik me altijd thuis heb gevoeld in Amsterdam en niet in Rotterdam, de stad waar ik opgroeide. Thomas Jefferson zei: “Dissent is the greatest form of patriotism.” Vrij vertaald: kritiek is de hoogste vorm van liefde.

En dát wil er maar niet ingaan in Rotterdam. Historisch te verklaren wellicht: relatief lager opgeleid, minder mooi, altijd de stad van nét niet. Daarom is Rotterdam te beklemmend voor vrije geesten. ‘Als je hersens hebt ga je daar weg’, zoals de Rotterdamse schrijver Arjen van Veelen zo treffend uitlegt.

Die kleine geest zien we ook terug in de grote Rotterdamse afkeer van mensen die ‘vreemd’ zouden zijn. Zo mislukte de ‘multiculturele samenleving’ al in Rotterdam met de Afrikaanderwijkrellen – in de volksmond bekend als de ‘Turkenrellen’ – van 1972. Dagenlang werden Turkse arbeiders geslagen, geïntimideerd en de ruiten van hun pensions ingegooid door havenarbeiders. Omgekeerd net zo: Erdogan hoeft maar met zijn vingers te knippen en duizenden jonge Rotterdammers gaan met Turkse vlaggen de Erasmusbrug op.

Haat, kleinburgerlijkheid, extreem chauvinisme dat een diep minderwaardigheidscomplex moet verhullen zijn eigenschappen die álle Rotterdammers delen.

Ook gaat het bijna dagelijks wel over hoe ‘kut’ dat ‘arrogante 020’ wel niet zou zijn. Sinds ik in Amsterdam woon, heb ik nog geen enkele Amsterdammer iets negatiefs over ‘010’ horen zeggen. Komt dat door arrogantie? Nee, eerder een open houding naar anderen, dat weer besloten ligt in de geschiedenis van deze stad. Plat gezegd: daardoor heb ik me ook nooit een ‘allochtoon’ gevoeld in Amsterdam. Hiernaartoe komen was net thuiskomen. Hoe anders is dat in mijn eigen stad, Rotterdam.

Door mijn verhuizing mag ik ‘stikken in mijn Amsterdamse droom’, volgens een Rotterdamse AD-columnist die dat zonder ironie opschreef. Graag.

Met liefde stik ik in de open houding, debatcultuur, zelfreflectie en waardering die deze prachtige stad te bieden heeft.

Toch blijft de liefde voor Rotterdam. Daarom tot slot de volgende oproep aan mijn voormalige stad: kap nou eens een keer met dat kleinzielige afgeven op Amsterdam. Wees ook eens een keer ‘recht voor z’n raap’ richting jezelf. Anders blijf je voor altijd dat nietszeggende ukkie in de klas die het hardst roept: ‘Ik ben ook sterk hoor!’

Zihni Özdil is historicus, schrijver en columnist voor
NRC Handelsblad en Vrij Nederland.

advertentie Regenboog Groep

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here