AMSTERDAM – Wie vanuit de bijstand deelneemt aan de experimentele regeling om maximaal €200,- per maand bij te verdienen, loopt het risico geen kwijtschelding te krijgen van gemeentelijke belastingen. Om dat te veranderen gaat de gemeente naar de minister. 

Mensen in de bijstand die aan de experimentele bijverdienregeling deelnemen, mogen van de gemeente maximaal €200,- per maand behouden in de vorm van een premie. Maar omdat die premie van maximaal €200,- per half jaar wordt uitgekeerd, kan het bedrag op de bankrekening te hoog zijn om nog in aanmerking te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Een bijstander kan door die halfjaarlijkse premiebetaling plotseling tot €1.200,- op zijn bankrekening bijgeschreven krijgen, bovenop wat er al op de rekening stond. Daardoor komt hij mogelijk niet voor kwijtschelding in aanmerking en loopt het risico honderden euro’s aan afvalstofheffingen en waterschapbelastingen, waarvoor eerder kwijtschelding was verleend, alsnog te moeten betalen.

Piet van der Lende, voorzitter van de Amsterdamse Bijstandsbond, waarschuwde hier al voor. Nu erkent het college ook dat de bijverdienregeling dit onbedoelde en ongewenste effect kan hebben.

Dat kan niet anders, schrijft het college aan de gemeenteraad. ‘De voorwaarden en normbedragen die gelden voor het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken zijn vastgelegd in de Invorderingswet. Het vertrekpunt van die landelijke kwijtscheldingsregeling is dat enig aanwezig vermogen moet worden aangewend om de belastingschuld te betalen.’ Dat principe geldt voor alle Nederlandse minima en dus ook voor de deelnemers aan het Amsterdamse experiment.

De wet is te streng

Het college vindt de huidige vermogenstoets te streng, staat in de brief aan de gemeenteraad. ‘Graag zou het college een hogere vermogensgrens hanteren, zodat Amsterdammers met een laag inkomen die sparen voor tegenvallers, daardoor niet benadeeld worden.’ Het college heeft daarom vorige maand opnieuw bij de minister gepleit om de gemeente een grotere bevoegdheid te geven voor het bepalen van een vermogensgrens voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Bijverdienende bijstanders lopen nu dus het risico geen kwijtschelding te krijgen. Of daardoor al mensen zijn gedupeerd is onbekend, schrijft het college. ‘Bij het college zijn geen signalen bekend dat de uitbetaling van de premie deeltijdwerk in het kader van het Amsterdams experiment, heeft geleid tot een afwijzing van een verzoek om kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen.’

Uitleg regeling: Bijstand vult het inkomen, bij gebrek aan een baan of te weinig inkomsten uit werk, aan tot het sociaal minimum. Probleem daarbij is dat bijstanders in een armoedeval kunnen lopen zodra ze iets meer zelf verdienen dan de bijstandsnorm, met alle gevolgen van dien voor toeslagen en kwijtscheldingen. Amsterdam experimenteert met een premie waardoor werkende bijstanders meer kunnen overhouden, naast de wettelijke ‘bijverdienregeling’. De premie die bijverdienende bijstanders terugkrijgen, is maximaal de helft van het geld dat zij met een baan verdienen, met een maximum van €200,- per maand. Deze premie heeft geen invloed op bijvoorbeeld belastingtoeslagen of op vergoeding van kinderopvang. De gemeente betaalt de opgebouwde premie twee keer per jaar uit, in juni en in november. En dat bedrag in één keer kan dan weer wel problemen opleveren bij de kwijtschelding van lokale belastingen en dus toch weer voor een armoedeval zorgen. Dat komt omdat voor kwijtschelding ook het banksaldo of spaartegoed meetelt.

In het maartnummer van MUG Magazine meer over de experimentele bijverdienregeling in de bijstand.
advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in