Voor 2/3e daklozen is nauwelijks hulp

0
440
Door Joost Slis

Een paar jaar geleden kwamen ze plotseling in het nieuws: “pechmannen”. Mannen die averij opliepen op hun levenspad. Ze kwamen door een gebroken relatie of een vastgelopen carrière tot stilstand op de vluchtstrook van hun leven. Ze vonden onderdak in een auto of caravan, sliepen op de bank bij familie of gingen op straat leven. In hun handbagage zaten dwangbevelen en een geknakt zelfbeeld. Ze maken deel uit van de trend die het CBS in haar rapportage van eind vorige maand waar neemt; een verdubbeling van het aantal daklozen in de afgelopen 10 jaar.

Pechmannen heten nu officieel zelfredzame daklozen. Dit label krijg je na een screening door de GGD. Wie door het leven gaat als ‘zelfredzaam’ heeft geen ernstige psychische problemen en geen verslaving; een gelukkig feit. De consequentie van de indicatie is dat je niet in aanmerking komt voor hulp. Vaak is de oorzaak van een probleem heel prozaïsch. Dat geldt ook voor een groot deel van de zelfredzame daklozen. Er is domweg onvoldoende betaalbare woonruimte in Amsterdam en omstreken. Voor een sociale huurwoning in Amsterdam is een gemiddelde inschrijfduur van 15 jaar. Bij acute dakloosheid biedt dat uiteraard geen oplossing. Als een zelfredzame dakloze een middeninkomen heeft, komt hij terecht op een krappe woningmarkt. Huurwoningen tussen de 720 en ongeveer 1.000 euro zijn in de hoofdstad zeer schaars. Boven de 1.000 euro zijn de woonlasten voor een middeninkomen te hoog. Daarbij komt dat de kostendelersnorm thuis wonen voor jongeren soms uiterst kostbaar maakt.

Zelfredzame daklozen krijgen een huisvestingsprobleem uitgeserveerd dat op het bordje van gemeente, landelijke politiek, bouwers en de vastgoedwereld ligt: een dichtgeslibde woningmarkt.

Dat niet iedereen in de maatschappelijke opvang komt is begrijpelijk. Er is een beperkt aantal plekken en opvang is duur. Per saldo kan één op de drie daklozen die aanklopt om hulp rekenen op maatschappelijke opvang. De andere twee vertrekken zonder noemenswaardige hulp. Dat is mager. Het effect van deze aanpak sijpelt nu door in de statistieken van het CBS. De rekenmeesters zien een verdubbeling van het aantal daklozen in de afgelopen tien jaar. Maar de gevolgen zijn al langer zichtbaar in de inloophuizen van De Regenboog Groep. Er kloppen steeds meer mensen aan die geen hulp krijgen omdat ze ‘zelfredzaam’ zijn.

Het risico is groot dat de problemen bij de zelfredzame dakloze zich opstapelen. Het ontberen van een thuis kan leiden tot een onrustig en onveilig gevoel of zelfs psychische problemen. Maar ook tot een zware belasting voor het sociale netwerk en (groeiende) schulden. Soms verslechterd de situatie zo zeer dat de zelfredzame dakloze alsnog in de maatschappelijke opvang terecht komt.

Dé oplossing voor zelfredzame daklozen op de langere termijn is betaalbare huisvesting. De Regenboog Groep weet uit ervaring dat je met een klein steuntje in de rug het leven snel prettiger kan maken. Te beginnen met het onderkennen van het probleem, aandacht voor de persoonlijk situatie en het wegnemen van praktische problemen. Bijvoorbeeld door een postadres aan te bieden en schuldhulp te regelen.

De Regenboog biedt dergelijke hulp in een aantal steunpunten (in o.a. Het Claverhuis, Huis van de Wijk de Meeuw, Post Oost en BuurtWerkKamer Samen Sterk). Pas als bij de dakloze de ergste stress is weggenomen, ontstaat er ruimte om duurzame oplossingen te zoeken.

Joost Slis
Medewerker communicatie De Regenboog Groep

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here