"Door het leenstelsel zie je kansongelijkheid in het onderwijs toenemen" aldus Asva-voorzitter Van Vliet | © Erik Veld

Alba van Vliet heeft enorm veel zin om weer te gaan studeren. Door haar Asva-voorzitterschap lag haar studie Politics, Psychology, Law and Economics aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) het afgelopen jaar stil. “Ik heb wel veel geleerd in het afgelopen jaar, maar ik heb zo’n zin om nu weer gewoon een essay te lezen en daarover in een werkgroep te discussiëren. Ik ben toch ook een beetje een nerd.”

We spreken Alba van Vliet aan de vooravond van het nieuwe studiejaar in het Asva-kantoor aan de Nieuwe Achtergracht, waar de actieposters iets laten zien van uitdagingen waar studenten voor staan.

“De eerste uitdaging is natuurlijk het vinden van een kamer. Dat is in Amsterdam nog moeilijker dan in andere studentensteden én duurder. Bij onze balie komen regelmatig paniekerige internationale studenten die niets kunnen vinden.” Van Vliet ziet om zich heen dat steeds meer studenten thuis blijven wonen. “Maar als je ver weg woont, gaat dat natuurlijk niet. We horen ook van studenten die maanden bij vrienden op de bank slapen.” Zelf ging ze als Amsterdamse ook niet gelijk op kamers.

Namens de Asva sloot Van Vliet dit jaar het convenant Studentenhuisvesting 2019-2022 met de gemeente, de woningcorporaties en de universiteit. Daarin is afgesproken dat er binnen vier jaar 9.400 nieuwe studentenkamers bij komen. Niet alleen binnen de stadsgrenzen maar ook in randgemeenten binnen de stadsregio, zoals Almere en Purmerend. “Studenten komen toch al steeds vaker in de buitengebieden terecht. Ze worden ingezet als pioniers in gebieden die nog aan het ontwikkelen zijn, zoals bij de Bijlmerbajes en NDSM.”

Daar zitten ook risico’s aan, waarschuwt Van Vliet. “‘s Avonds is daar bijna niemand meer op straat en dat zorgt voor onveilige situaties. Vrouwen worden lastig gevallen en er wordt ingebroken.”

Daarom richtte de Asva het meldpunt Onveilig Wonen op. “We kregen bijna veertig klachten binnen over onveilige woonsituaties. Van sloten die steeds kapot zijn en vreemde mannen in de gang tot aanranding.” Ze zag dat je zulke problemen niet zomaar kan fixen. Een gebied kan vaak niet sneller worden ontwikkeld. Alleen lantarenpalen kunnen nog wel eens op niet al te lange termijn geregeld. “Het zou goed zijn om daar bij de ontwikkeling van complexen beter over na te denken. Over goed openbaar vervoer, verlichting en voorzieningen die zorgen dat er mensen op straat zijn.”

Een tweede uitdaging voor eerstejaars is het bindend studieadvies. Studenten moeten in het eerste jaar het overgrote deel van hun studiepunten halen, anders mogen ze niet verder. “Dat geeft een hoop druk. Zeker omdat studenten dankzij het leenstelsel steeds meer moeten werken.” Want uitdaging drie is geld. “Studenten die geen rijke ouders hebben, moeten geld lenen om te kunnen studeren. Door veel te werken hoef je minder te lenen maar dat gaat ten koste van de tijd die je aan je studie kunt besteden. Ik zie studenten die haast geen tijd meer hebben voor sociale contacten. Je ziet de kansongelijkheid echt toenemen.”

Dat merkte ze ook zelf als Asva-voorzitter. “Ik krijg een beetje geld voor mijn werk bij de Asva maar dat is niet genoeg om de huur van te betalen. Ik moest extra lenen om dit werk een jaar lang te kunnen doen. Zo dreigt ook actievoeren iets voor rijke studenten te worden. Terwijl actieve studenten belangrijk zijn om universiteiten en hogescholen scherp te houden.”

En al dat actievoeren levert ook wel degelijk wat op, merkt ze. “Zo is de renteverhoging op studieleningen niet doorgegaan. Dat was nooit gelukt als mensen niet in verzet waren gekomen.”

Uitdaging nummer vier: de bezuinigingen op het hoger onderwijs. De gesprekken met studenten en docenten die zich zorgen maakten over hun studie, vond ze het indrukwekkendste van haar voorzitterschap. “Radeloze docenten die steeds harder moeten werken en zich afvragen of hun vak over een paar jaar nog wel bestaat. Studenten die merken dat er steeds minder werkgroepen komen, steeds minder persoonlijke aandacht. De werkgroepen die er nog zijn worden ook steeds groter, soms zitten er wel dertig studenten in. Bij geesteswetenschappen hebben ze de werkgroepen zelfs helemaal afgeschaft. Die hebben alleen nog hoorcolleges. Dat is niet goed voor het onderwijs.”

Ze denkt dat het goed zou zijn als studenten en docenten meer samen zouden optrekken. “Dat er meer onderling begrip ontstaat. Dat docenten gewoon zeggen: ‘Sorry dat de essays nog niet nagekeken zijn, maar ik moet een aantal uur slapen op een dag.’ Dat studenten weten dat docenten soms maar twaalf minuten per essay hebben. En omgekeerd dat docenten zich realiseren dat studenten naast hun studie ook hard moeten werken om niet een te grote studieschuld te krijgen. Meer wederzijdse begrip tussen docenten en studenten zou misschien wat in beweging kunnen zetten.”

Maar naast deze sombere ontwikkelingen zag Van Vliet het afgelopen jaar ook met bewondering hoe hard zowel studenten als docenten werken aan de verbetering van het onderwijs. “Het is zo vet om te zien hoe mensen zich inzetten, ook in hun vrije tijd om bijvoorbeeld diversiteit op de kaart te krijgen en iets aan duurzaamheid te doen.”

Heeft ze nog een tip voor eerstejaars studenten in de grote stad? “Wees kritisch op je onderwijs en organiseer je. Maar gebruik ook de kansen die je krijgt om heel andere mensen te ontmoeten dan die je al kent.” En bovenal: “geniet van het studeren zelf. Pas nu ik een jaar gestopt ben, weet ik hoeveel geluk ik heb dat ik kan studeren.”

Alba van Vliet werd 21 jaar geleden geboren in Amsterdam. Ze studeert Politics, Psychology, Law and Economics. In september 2018 werd ze voorzitter van studentenvakbond Asva waar ze al enkele jaren actief was.

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in