Door Rutger Groot Wassink

De buitengewoon kritische evaluatie van de Participatiewet heeft tot flinke discussie geleid. De niet behaalde doelen, de sterke afname van het reïntegratiebudget en de veelvuldig vervloekte ‘tegenprestatie’ zijn allemaal voorbij gekomen. Een echt inclusieve arbeidsmarkt is nog ver weg. Gemeenten hebben te weinig mogelijkheden om mensen naar vermogen mee te laten doen. Het falen van de Participatiewet dwingt tot herbezinning. Volstaat de sociale zekerheid en het beleid ten aanzien van werk nog?

De flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft zich de afgelopen jaren onmiskenbaar door gezet. In 2018 werkten bijna twee miljoen mensen in een contract voor bepaalde tijd of flexibel aantal uren per week. Het aantal zzp-ers was toen ongeveer 1,1 miljoen. In totaal waren zo’n 3 miljoen mensen, zo’n 35 procent van de werkenden flexwerker. Vijftien jaar eerder was dat iets meer dan 22 procent. Een forse stijging. Nederland is kampioen flexwerk. Er is geen ander land waar deze mate van flex voor werkgevers een voorwaarde lijkt om te ondernemen.

Deze trend is zorgwekkend omdat het de ongelijkheid versterkt. Flexwerkers hebben minder toegang tot de zegeningen van sociale zekerheid dan werkenden met een vast contract. Het risico op werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ook bestaanszekerheid op oudere leeftijd in de vorm van pensioen zijn onvoldoende afgedekt.

Als we kijken wie de flexwerker is, zien we vooral mensen die relatief jong zijn of juist ouder, met een middelbaar of lager opleidingsniveau, die relatief vaak een migratieachtergrond hebben. Juist groepen die vaker dan gemiddeld ooit een beroep op de bijstand moeten doen.

Daarnaast brokkelt de bestaanszekerheid voor veel mensen af. Werk loont simpelweg steeds minder. Je kunt nog zo veel mooie koopkrachtplaatjes tekenen maar dat de groei niet gelijk is voor iedereen, is duidelijk. Wie afhankelijk is van inkomensondersteuning is er de afgelopen decennia nauwelijks op vooruitgegaan. De kostendelersnorm (waardoor mensen in meerpersoonshuishoudens een lagere uitkering krijgen) dempt de koopkracht. Waarom schaffen we die niet af of doe de leeftijdsgrens naar 27? Tegelijkertijd maken we het uitkeringsgerechtigden alsmaar moeilijker met nutteloze verplichtingen en ingewikkelde regels. Ik maak me grote zorgen over deze ontwikkelingen. Fundamentele herbezinning op werk, inkomen en onderwijs is nodig. We moeten een nieuw model bouwen waarin nieuwe zekerheden vorm krijgen voor alle werkenden, niet-werkenden en werkzoekenden.

Bestaanszekerheid van mensen verbeteren, kan simpel door het verhogen van lonen en uitkeringen. Koopkrachtverbetering is voor grote groepen nodig. Loon alleen volstaat niet, al helpt het. Te veel mensen vallen nu buiten de boot wat sociale zekerheid betreft. Kijk naar het aantal zzp-ers dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft. De beperkte toegang tot ww bij een tijdelijk contract. De sociale zekerheid moet werken ongeacht de duur en de vorm van iemands contract.

Voeg ww en bijstand samen tot een regeling voor iedereen, specifiek gericht op begeleiding naar werk. Nu de arbeidsmarkt velen als flexkracht of zzp-er laat werken, is het nodig een beter vangnet te ontwerpen voor ALLE groepen. Als de evaluatie van de Participatiewet iets leert, is dat de gemeenten onvoldoende in staat zijn gesteld doeltreffend te opereren. Wat het beste helpt om mensen te laten participeren, is aandacht. En dat betekent menskracht en dus budget. Ik hoop dat gemeenten, overheid en andere partners gaan nadenken of ze samen doeltreffendere maatregelen kunnen nemen om mensen zekerheid te bieden. Het is de hoogste tijd.

Rutger Groot Wassink, Wethouder Sociale Zaken

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here