Rolex

0
438

Gastcolumn

door Arnon Grunberg

Toen ik op 4 april na een afwezigheid van bijna vier weken weer in New York was, trof ik een lege stad aan. Mijn leraar Frans had me al gewaarschuwd dat het elke dag kerstochtend was. Als gewoontedier ontwikkelde ik razendsnel nieuw gewoontes. De troost van de gewoonte schuilt in de herhaling, de herhaling is een verlossing van de vrijheid.

Ik ging niet meer naar een Italiaans restaurant op de 77ste Straat maar naar een bistro op de 18de Straat en hoewel ik het eten had kunnen laten bezorgen stond ik mezelf de luxe toe om het zelf op te halen.

Om een uur of negen in de avond liep ik twintig straten over Park Avenue naar het zuiden. In de spookstad kwam ik avond na avond vrijwel dezelfde daklozen tegen. Een zat op een bureaustoel en keek alsof de straat van hem was.

Vroeg men mij om geld gaf ik het. Er liep bijna niemand over straat, dat maakte de verantwoordelijkheid van hen die er wel liepen des te groter.

Een keer, ik was wat vroeger dan anders, het was nog licht, werd ik op de 34ste Straat en Park Avenue staande gehouden door een oudere heer met een bleke huid. Hij had zich wel goed geschoren. De man droeg een pak maar geen stropdas, hij liep krom. ‘Mag ik u wat vragen?’ vroeg hij.

‘Ja natuurlijk,’ zei ik.

‘Spreekt u Engels?’ vroeg hij wantrouwend.

Ik deed mijn mondkapje naar beneden en zei dat ik Engels sprak.

Hij vertelde dat hij boodschappen had gedaan in de drogisterij, maar dat hij zijn portemonnee had vergeten en dat hij te slecht ter been was om helemaal naar huis te lopen. ‘Ik heb nog achttien dollar nodig,’ zei hij. Op dat moment maakte hij een gebaar met zijn arm, waardoor een horloge zichtbaar werd. ‘Ik zou je mijn Rolex willen geven,’ zei hij.

‘Dat is niet nodig,’ antwoordde ik.

Ik gaf hem twintig dollar. Hij riep me nog na: ‘Wat is je adres? Ik wil je terugbetalen. Ik kan dit niet accepteren.’

‘Het is goed zo,’ zei ik.

Ik haalde mijn steak frites op en liep in gedachten verzonken aan de andere kant van de straat terug naar huis. Ik zag hem pas laat. Dezelfde man. Hij was nu in gesprek met een jongeman met een kind. Ik zag hem de armbeweging maken die ik al eerder had gezien, ik hoorde hem tegen de man met kind zeggen: ‘Ik zou je mijn Rolex willen geven.’

Toen zag hij mij, onze blikken kruisten elkaar. Hij begon te hoesten. Ik voelde zijn schaamte en schaamde me ook.

Thuis tijdens het eten bleef ik over hem nadenken.

Steeds weer hoorde ik hem zeggen met zijn krakende oudemannenstem: ‘Ik zou je mijn Rolex willen geven.’

Hij was een begenadigd acteur, zoveel was zeker. Rampspoed is ook een toneelschool.

Arnon Grunberg is schrijver.

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in