Nicole Kaandorp – De Sampler

In het liefdesverhaal Wat doen we met Ovidius? pendelt een goudvis tussen zijn gescheiden baasjes. Er is ook muziek!

0
156
Nicole Kaandorp en Jona Bosman ©Sandra Hoogeboom
Nicole Kaandorp en Jona Bosman ©Sandra Hoogeboom
Tekst Jos Verdonk | Beeld Sandra Hoogeboom

De eerste voorzichtige schreden op het pad van de letterkunde zette Nicole Kaandorp (links) – geen familie van – al op vroege leeftijd. “Toen ik heel jong was heb ik een keer een e-mail gestuurd naar Brigitte Kaandorp. Ik schreef zoiets als: ‘Hééj, ik heet ook Kaandorp. Mag ik misschien kaartjes voor je show?’ Toen heb ik die nog gekregen ook! Ik was acht, volgens mij, en ik begreep het allemaal nog niet zo goed.”

Zo’n vijftien jaar later is Nicole Kaandorp (1997) een van de vier vrouwelijke auteurs die samen de tweede editie van De Sampler hebben gevuld. Ze woont in een bescheiden woning in Amsterdam-Noord samen met Jona Bosman (1997), met wie ze bovendien het muzikale duo Kopje onder vormt. Liefde, literatuur en muziek op een krappe 23 vierkante meter.

Nicole schreef voor De Sampler ‘Wat doen we met Ovidius?’. Het verhaal gaat over twee vriendinnen die nadat ze uit elkaar zijn gegaan een omgangsregeling bedenken voor hun gezamenlijke huisdier. Ovidius is echter geen hond of kat, maar een goudvis.

“Ik vind schrijven ontzettend leuk, zo leuk dat het lijkt dat het makkelijk gaat.”

Nicoles bijdrage aan De Sampler, een jaarlijkse bundeling verhalen van jong literair talent, is een moderne, tragi­komische liefdesvertelling. “Dit is denk ik het meest verdrietige verhaal dat ik heb geschreven. De humor in mijn verhalen komt vanzelf: ik doe daar nooit mijn best voor. Soms schrijf ik iets waarvan ik zelf denk dat het niet grappig is, maar dan moeten mensen er toch om lachen.

In De Sampler staan nog drie verhalen. Voicemail van Yelena Schmitz, Zand kauwen van Marie Borre­mans en het slotverhaal

Plekken om naartoe te gaan van de Rotterdamse Maureen Ghazal.Nicole: “Ik ken Maureen van het zomerkamp van onze uitgeverij Das Mag van vorig jaar. Daar zijn onze verhalen deels ontstaan. Er deden zo’n twintig jonge schrijvers aan mee

Nicole en Jona kennen elkaar van hun studie Taalwetenschappen aan de UvA. “Nee, het was niet gelijk bám tussen ons”, vertelt Jona. “Nicole had eerst nog verkering met iemand anders.” Niet iemand met een goudvis overigens. “Het verhaal is absoluut niet autobiografisch”, verzekert Nicole.

Het duo Kopje onder treedt vooral op tijdens literaire festivals en op poëzieavonden. Het is inmiddels een gewilde en vrolijke entr’acte en dat het repertoire van de dames nog slechts uit twee voltooide liedjes bestaat vormt daarbij geen enkele belemmering. Jona: “Een derde is in de maak en we hebben minstens zes ideeën voor nieuwe liedjes!”

Nicole: “Iemand noemde het ‘babbelliedjes’, en dat zijn het ook wel een beetje.”

Jona: “Nicole schrijft de coupletten en die praat-zingt ze. Ik schrijf en zing de refreinen.”

Het ene voltooide liedje van Kopje onder gaat over drank. “Ik denk dat wat we maken nog wel beter kan”, zegt Jona. “Dat drinklied is op een feestje ontstaan, gewoon ter plekke.

Het andere liedje over de liefde voor de belangrijkste persoon in je leven: die voor jezelf. Op het terras van De Engelse Reet begint Jona spontaan te zingen: ‘Kijk de tram is hier / waarom zou je dan nog lopen? / Mijn schoenen zijn zo zwaar vandaag / en mijn swapfiets is verlopen / Vakantie niet gekregen maar genomen / Ik! / En de rest is overbodig..’

Nicole: “Soms krijgen we geld voor een optreden. Honderd euro onkosten of zo. Prima uurloon toch? Maar meestal blijft het bij gratis bier.”

Nicole schreef inmiddels zo’n vijftig verhalen. “Niet allemaal even goed. Met die waar ik tevreden over ben kan ik misschien een halve bundel vullen.” Jona blijft ondertussen liedjes schrijven.

UIT: Wat doen we met Ovidius?

Altijd de vooronderstelling dat jij wilde wat ik wilde.
‘Twee oliebollen met poedersuiker, alstublieft.’
We aten ze op het stenen bankje voor de Albert Heijn. Ik had mijn arm om je heen en veegde de gevallen suiker van je jas. Samen keken we naar de duiven in de grijze kou.
Die avond zat je stil aan de eettafel. Je voerde Ovidius, niet door zijn voedsel in één keer over het wateroppervlak te strooien, maar vlokje voor vlokje. Vanuit je handpalm het water in, pas als het vorige op was, kreeg hij een nieuwe.
‘Wat zit je nou te mokken?’ vroeg ik terwijl ik weer stond af te wassen. Soms, als ik terugdenk aan ons, worden mijn vingers er spontaan rimpelig van, zo vaak deed ik de afwas.
Je durfde het niet te zeggen. Of je wilde meer aandacht voordat je het kon zeggen, en het afwaswater begon naar pindakaas te ruiken. De geur hoopte zich dik op achter in mijn keel.
‘Godverdomme,’ zei ik, en ik hield het mes dat je niet afgespoeld had omhoog. Het pindakaassop droop over mijn arm naar beneden, mijn mouw in, en op jouw gezicht zag ik wat ik ook voelde: groffe, droge irritatie. Een kortstondige haat tegenover, ja, alles eigenlijk – van de scherpe randen aan onze theelepeltjes tot dat home in de vensterbank van de overburen.
We keken elkaar aan. Ovidius hapte naar lucht in zijn aquarium.
‘Ik wilde geen poedersuiker,’ zei je.

Nicole Kaandorp – De Sampler – Literair talent anno morgen
Das Mag Uitgevers  12,50

MUG-lezers kunnen De Sampler winnen door de cryptogram in MUG Magazine op te lossen (zie pdf op deze website). Inzenden uiterlijk 30 juni 2019.

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here