© George Maas/Fotonova

“Het kan zijn dat ik tijdens het interview word weggeroepen”, waarschuwt jeugdpsychiater Arne Popma. Vanmiddag is hij ‘de achterwacht’ bij @ease in Slotervaart, een plek waar jongeren met problemen terecht kunnen. Drie jonge vrijwilligers zitten klaar met een luisterend oor. “Als een jongere bijvoorbeeld suïcidaal is, kan de vrijwilliger hem vragen of hij het goed vindt dat ‘Arne’ er even bij komt. Dus niet ‘de psychiater’ maar gewoon Arne”, legt hij uit. “We werken op basis van gelijkwaardigheid, dus we hebben het niet over cliënt tegenover professional.”

Chatten is meestal de eerste stap om contact te leggen met @ease. Vervolgens kan een vrijwilliger iemand uitnodigen om langs te komen. “Praten heeft een ander effect dan typen”, weet vrijwilliger Simone van der Riet. “En het is gratis en anoniem”, benadrukt programmaleider Wietske Mous.

@ease is gevestigd in het gebouw van LAB6, een plek met meerdere jongerenorganisaties onder één dak. Daarvoor is bewust gekozen. “In Nederland hadden we al wel laagdrempelige initiatieven om te praten, maar die stonden los van de geestelijke gezondheidszorg (ggz)”, aldus Popma. “Die twee willen we graag samenbrengen, want dat is nog niet vanzelfsprekend.”

De deur staat open. Wel even moed bijeenrapen om de drie vrijwilligers aan te spreken. “Zoiets is altijd spannend. Als ik weet dat iemand komt, dan wacht ik bij de deur. Ik leg ook altijd uit wat LAB6 is”, vertelt Mous. Achterin het gebouw hangt een groep jongens op een leren bank, pratend met een jongerenwerker. Het bestuur van het meidenvoetbalteam vergadert. Uit de muziekruimte klinken beats. “Heel anders dan bijvoorbeeld ‘de angstpoli’”, vindt Popma. “Hier is het, kom maar binnen, vertel maar.”

Een normaal gesprek

“We zijn er nog té vaak, té laat bij”, zegt de jeugdpsychiater. “We bereiken niet de jongeren die we willen bereiken. Het stigma rondom de ggz is nog steeds groot en dat schrikt af.” De gangbare ggz begint bij de huisarts of het wijkteam en die verwijzen door naar een psycholoog of, indien nodig, een instelling die vaak ver weg zit. “Het duurt gemiddeld zeven jaar voordat iemand hulp zoekt, vanaf het moment dat de mentale problemen ontstaan. Die jongere schaamt zich, is bang voor de reactie van zijn ouders. Therapie kost geld, vanaf je achttiende , ook al heb je een zorgverzekering. Je krijgt te maken met een eigen bijdrage. Dus die jongere weet niet wat hij moet doen.”

Om de toegankelijkheid van psychische hulp te vergroten, is @ease opgericht. Het is gebaseerd op het Australische initiatief Headspace, dat al ruim tien jaar bestaat. Sinds 2017 zijn er inlooplocaties in Nederland om jongeren laagdrempelige psychische steun te bieden. “We kijken ook: moet er nog iets meer gebeuren dan dit gesprek?”, vertelt Popma. “De ggz-organisaties in Amsterdam zijn hierbij nauw betrokken. Als de nood aan de man is, kunnen we gelijk naar de crisisdienst doorverwijzen. Dat is niet vaak nodig, maar wel belangrijk om goed geregeld te hebben.”

Vlnr Simone van der Riet, Wietske Mous, Arne Popma © George Maas/Fotonova

“@ease is samen met jongeren bedacht. Daardoor weten we, wij psychiaters moeten leren om écht te luisteren, in plaats van gelijk een diagnose te stellen of adviezen te geven. Het initiatief is nog volop in ontwikkeling, dus we vragen aan het einde van een gesprek: wat vond je ervan? Gemiddeld krijgen we positieve feedback: eindelijk een keer een normaal gesprek met iemand die luistert, zonder dat gelijk op een toetsenbord wordt ingetikt wat je zegt.” Mous voegt toe dat jongeren praten met meerdere vrijwilligers tegelijk ook fijn vinden. “Dan ontstaat een gesprek over hoe moeilijk het leven kan zijn. Dat is anders dan een behandelaar tegenover een cliënt. We zien dezelfde jongeren soms vaker terugkomen.”

Bruggenbouwers

“Wie geeft de jongere het vertrouwen dat het hier oké is?”, dat is een vraag die Mous zichzelf stelt. “Als ze een vrijwilliger vertrouwen en die vertrouwt de professional, dan maak je een soort vertrouwensbrug”, voegt Popma toe. “Die brug is er vaak niet, bijvoorbeeld vanwege een negatieve hulpervaring.”

Mous: “Hier in Slotervaart wonen veel jongeren met een migrantenachtergrond. Zij zeggen: hulp zit niet in onze cultuur. We lossen het binnen onze eigen groep op. Bij meiden merk je wel dat het oké is om je niet oké te voelen. Dat is wel een verschil met een paar jaar geleden. Jongerenwerkers hebben hier goed werk verricht.”

Popma: “Het is al tientallen jaren zo dat veelal gezinnen met een hogere sociaaleconomische status psychische hulp weten te vinden. Sinds de Jeugdwet van 2015 ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij gemeenten. Zo zouden jongeren zo vroeg mogelijk hulp krijgen. Nu valt uit de cijfers af te lezen dat het inkomen van ouders van kinderen die nu hulp ontvangen, omhoog is gegaan. Mensen met lage inkomens weten hulp kennelijk minder goed te vinden.”

“Psychische hulp zou gratis moeten zijn. Belangrijk is dat je het zó doet, dat mensen het ook als hún voorziening ervaren. Veel Amsterdammers vertrouwen er niet op dat ze echt zullen worden geholpen. Veel ouders hebben de reflex: ik ga er niet heen want dan wordt mijn kind afgepakt.”

Mous legt uit dat het voor haar als witte hoogopgeleide vrouw relatief makkelijk is om de hulp te zoeken die ze nodig heeft als haar kinderen problemen hebben. “Dat ging vaak via via. Ik heb een netwerk, dat sommige anderen missen. Hier bij LAB6 proberen we het netwerk van jongeren te vergroten. Ik merk dat jongeren me nu sneller aan de mouw trekken voor een familielid met wie het niet zo goed gaat. ”

“Arne, kun je even meekomen?” Een vrijwilliger staat in de deuropening. Iemand met ernstige problemen heeft zich gemeld in de chatbox. Popma moet het interview onderbreken en loopt met haar mee.

Vrijwilliger Simone van der Riet: “Een luisterend oor bieden is vaak al genoeg, je hoeft niet altijd met oplossingen te komen. Mensen komen soms met gruwelijke verhalen: jeugdtrauma’s, misbruik. Vaak denken ze dat het hun eigen schuld is, terwijl ze juist hadden moeten worden beschermd. Als iemand zelfmoordgedachten heeft, vind ik dat ook wel heftig. Dan is het fijn dat je hier met meerdere vrijwilligers zit. We delen de verantwoordelijkheid.”

Tot nu toe had Van der Riet een rustige dienst. “Maar vorige week hadden we hier vier mensen tegelijk op de stoep staan”, vertelt Mous. Sinds kort geeft ze voorlichting op scholen over @ease. “Dat helpt jongeren om een eerste stap te zetten. Ons doel is om de inloop hier te vergroten.”

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here