‘Als dit huis er niet was, raakte ik aan de drank’

Verzorgingshuizen zijn gesloten. Ouderen moeten thuis blijven wonen met hulp van familie en vrienden. Dat plan is mislukt. Wat nu? Zou het Huis van de Buurt een deel van de oplossing kunnen zijn? Tekst Toine Graus Beeld Erik Veld

1
144

Nog niet zo lang geleden was het heel normaal dat bejaarden naar een verzorgingshuis gingen. Maar in 2012 besloot de regering dat dat maar eens afgelopen moest zijn. Bejaarden moesten zo lang als het maar enigszins kon, thuis blijven wonen. Ze konden thuishulp krijgen en familie of vrienden zouden ook een belangrijk deel van de verzorging moeten overnemen. Tegelijk voerde de regering een forse bezuiniging door in de ouderenzorg. Met al die onbetaalde mantelzorgers zou het immers allemaal een stuk goedkoper kunnen. Dat viel tegen. ‘De regering is er te makkelijk van uitgegaan dat familie en vrienden zorg zouden overnemen’, concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau in een rapport van vorig jaar juni. ‘Te veel thuiswonende ouderen zouden eigenlijk naar een instelling moeten. Zevenduizend van hen zijn erg kwetsbaar.’ Er is een enorme wachtlijst van vijftienduizend ouderen, die wachten op een plek in een verpleeghuis.

Een groot probleem voor thuiswonende ouderen is vereenzaming. Dat kan allerlei kwalen en groot lijden met zich meebrengen. Mensen blijven binnen zitten omdat ze de trap niet goed meer op en af kunnen. De kinderen wonen ver weg of hebben het te druk en familieleden hebben zo hun eigen kwalen. Er valt dus een gat tussen thuis wonen met hulp en het verpleeghuis.

Er moet iets gebeuren. De SP wil dat er kleinschalige zorgbuurthuizen worden opgericht. Voor ouderen met geld zijn er al private woon-zorghuizen maar die zijn voor ouderen met alleen aow of een klein pensioentje onbetaalbaar. Ouderenbond ANBO hamert erop dat er meer seniorenwoningen moeten worden gebouwd, ‘passende woningen in een wijk met allerlei voorzieningen, waar oudere mensen anderen kunnen ontmoeten.’

Één plek

Maar bestaat zoiets al niet? Laten we eens naar het Woon-Zorg Centrum de Klinker gaan. Dat ligt in de Borgerbuurt vlak bij de Ten Katemarkt. In de Klinker is een verpleeghuis gevestigd waar zestig mensen wonen. Om de hoek zijn er 35 aanleunwoningen, allemaal in de sociale huur. En er is het Huis van de Buurt, een enorme ruimte op de begane grond, waar naast de interne bewoners ook mensen uit de buurt welkom zijn. Het lijkt wel een grand café. Het is er gezellig druk. Achter een lange balie schenken dames koffie en thee. Overal zitten mensen aan tafeltjes met koffie of een pilsje. Even later gaan medewerkers de tafels dekken voor het avondeten dat in de aangrenzende keuken wordt bereid. Het hoofdgerecht kost voor 75-plussers vijf euro.

Monique Groenendaal, de enthousiaste coördinator van het Huis van de Buurt geeft een rondleiding. We lopen langs de fitness, de fysio, de ruimte voor dagbesteding, de kapper. Alles is er, maatschappelijk werk, een psycholoog, het Sociale Loket, alles waar ouderen behoefte aan kunnen hebben. Er zijn tal van activiteiten. Het programma voor een week afgelopen november vermeldt een optreden van het Hazeskoor, een quiz, tweedehands kledingverkoop, een rommelmarkt en een muziekmiddag door de Klinker jazzclub. “Allemaal georganiseerd door vrijwilligers.”, zegt Groenendaal. “Heel belangrijk voor de buurt, er wonen veel ouderen met alleen aow en soms een klein pensioentje.” Is dit dan de oplossing voor het gat waarin ouderen vallen als ze op hun eentje thuis wonen en nog te goed zijn voor het verpleeghuis? We gaan het maar eens vragen.

Naast de ingang zit een grote groep mensen van Surinaamse afkomst. Oscar Tennessen (67) maakt zich even los van de groep om rustig zijn zegje te doen. “Het is leuk hier, eten, drinken, babbeltje maken. Ik ben niet iemand voor een tehuis. Dan heb je je leven niet meer in eigen handen. Nu bepaal ik zelf wat ik doe en dat voelt goed. Maar als ik hier niet naar toe kon gaan, zou ik me in mijn eentje thuis wel eenzaam gaan voelen.”

Kaarten in Huis van de Buurt de Klinker | © Erik Veld
© Erik Veld

Midden in het Huis van de Buurt zit Hanna Bonsink op haar rollator. Met 94 jaar is ze misschien wel de oudste van de bezoekers vandaag. Gelukkig is haar hoofd nog kraakhelder. Hanna woont op driehoog. Om de dag daalt ze alle trappen af om boodschappen te doen en naar de Klinker te gaan. Zou een aanleunwoning met lift niet iets voor haar zijn? “Nee”, zegt ze gedecideerd. “Als ik ga verhuizen, ga ik dood. Maar dit mag niet weg”, zegt ze om zich heen wijzend. “Als dit er niet was, zat ik altijd boven. Hier moet ik het echt van hebben.” Kees Maarsen (71) heeft zijn draai gevonden in de Klinker. Door de week is hij alleen. “Niemand komt langs.” Daarom gaat hij dan elke dag naar de Klinker. Hij is er de vrijwillige tuinman. “Een superhuis”, zegt hij: “muziek, dans, goed eten, aardige mensen. Als het er niet was, zou ik in de kroeg terechtkomen en aan de drank.” Nog zo iemand is Gerard Spekkers, 75 jaar oud. Hij ziet er nog fit uit. Hij is gescheiden maar heeft in De Klinker een nieuwe liefde gevonden. Dat kan dus ook in het Huis van de Buurt. Gerard doet al twintig jaar vrijwilligerswerk op de verpleegafdeling. Maar toch, 75 is een respectabele leeftijd. Wat als hij hulpbehoevend zou worden? “Ik ga niet naar een verpleeghuis, dan doe ik nog liever een touw om mijn nek”, zegt hij vastberaden. Zo bont maakt mevrouw Donkers (68) het niet maar ook zij zou nooit naar een tehuis willen. “Ik woon alleen in de Baarsjes en daarom is de Klinker voor mij belangrijk. Waar zou ik anders heen moeten? Er is niks anders.”

Kaartclubje

Dat vindt Ahmed (60) ook. Hij is vanwege hartproblemen arbeidsongeschikt verklaard en komt drie à vier keer in de week in de Klinker. “Waar zou ik anders heen moeten, de straat op? Er zou om de drie, vier straten zo’n Huis van de Buurt moeten zijn.”

Er zitten ook mensen van de aanleunwoningen in de Klinker. Greet Kesseler (77) woont met haar man van 85 al vier jaar in zo’n aanleunwoning. “Mijn man kon de trap niet meer af en we kregen geen traplift. We hadden een prachthuis, ik wilde echt niet weg. Sociaal gezien is het hier wel leuk. Mijn man zingt in een koor, hij heeft een prachtstem en ik heb een kaartclubje. Je moet er zelf iets van maken.” Annie Daniëls (81) is nog positiever. Ze heeft een beroerte gehad maar is daar goed van hersteld. Maar het traplopen ging na die beroerte niet meer lekker, niet handig als je vierhoog woont. “Ik moest wel naar een aanleunwoning maar ik vind het heerlijk hier. Ik eet hier geregeld en ik ga rummycuppen. Eenmaal in de week komt mijn zoon langs en dan gaan we scrabbelen. Eigenlijk heb ik het beter dan vroeger.”

Het is opvallend dat niemand naar een tehuis zou willen. Ze willen allemaal zo lang als maar enigszins kan, thuis blijven wonen. Maar dat het Huis van de Buurt een enorme bijdrage levert aan het welzijn van de ouderen staat als een paal boven water. “Dit huis is een voorbeeld voor Amsterdam”, zegt Monique Groenendaal. Misschien is dat nog te bescheiden, een voorbeeld voor Nederland zou ook op zijn plaats zijn.

advertentie Regenboog Groep

1 REACTIE

  1. Een geweldig artikel! De oudjes krijgen al weinig aandacht en niet een ieder kan de nodige zorg permitteren. Lekker bij elkaar zijn kan het gevoel van eenzaamheid drastisch verminderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here