Tekst Arnoud van Soest Beeld Sodis Vita

Sjo Velland (55) had een blanke moeder en een Surinaamse vader. Als haar vader haar moeder verlaat, vertrekt ze met haar moeder en diens nieuwe man naar Apeldoorn, waar ze door klasgenootjes wordt gepest. ‘Jij denkt dat je heel wat bent, hé. Zwarte aap!’

Na de dood van haar moeder zoekt ze haar biologische en Surinaamse vader weer op, die haar in contact brengt met een Surinaamse band die een zangeres zoekt. Het repertoire, calypso en kaseko, krijgt ze snel onder de knie, maar die Surinaamse grappen en gesprekken kan ze niet volgen. Ze mag dan licht getint zijn, ze kan niet eens Surinaams koken. Velland trekt een vergelijking. “Stel, je vader is een Rus. Dan kun je naar Rusland gaan, maar dan ben je nog geen Rus.” Maar een Surinaamse man die haar op straat aanspreekt en merkt dat ze geen Surinaams spreekt, snapt er niets van. ‘Je bent gewoon een nepneger.’

Humor
Als Velland gaat werken (ze speelt onder andere in voorlichtingsfilms) gaat ze met het verdiende geld reizen maken. Eerst naar Suriname, later naar Kenia. Het zijn boeiende reisverhalen, mede door haar humor en scherpe observaties. Zo beschrijft Velland niet alleen een tocht door de Surinaamse jungle, maar ook de armoede in Paramaribo: volwassenen die op straat op een stuk karton slapen, een hongerige man die vraagt of ze de rest van haar kom soep mag hebben.

In Kenia doet ze leuke dingen, maar wat haar óók opvalt is de armoede van lijmsnuivende straatkinderen en leproze bedelaars. Ze ontmoet er een vriendelijke Keniaanse jongeman die haar een halfcaste (halfbloed) noemt. Dan knapt er iets in haar en braakt ze haar opgekropte frustraties uit.

Frustraties over Surinamers die zeuren waarom je geen Surinaams spreekt. Over blanken die tegen je praten alsof je een kleuter bent, omdat je bruin en ‘dus’ dom bent. Om nog maar te zwijgen van zwarte mensen die smeerseltjes gebruiken om een lichtere huid te krijgen. Ze heeft genoeg van dat eeuwige gezeur over huidskleur en afkomst.

Boerenmeisje
Het boek is weliswaar fictie, maar uiteraard kon Velland er haar eigen ervaringen in kwijt. “Mijn moeder was een Gronings boerenmeisje, mijn vader kwam van Paramaribo. Ik ben in een witte omgeving opgegroeid, met countrymuziek en al, maar later merkte ik dat de wereld anders op je reageert als je een kleurtje hebt. Ik ben eens met mijn witte zusje (zelfde moeder, andere vader) op vakantie geweest en die merkte ongevraagd op dat mensen anders tegen mij doen, puur vanwege mijn kleurtje.”

Maar los van dat soort frustraties had ze nog een persoonlijke reden om dit boek te schrijven. “Als kind las ik altijd Bouquetboekjes over honingblonde meisjes, maar nooit eens over meisjes met kroeshaartjes, een wipneusje en sproetjes. Ik wilde graag een boek schrijven over gewone mensen die toevallig een kleurtje hebben.”

Wat overigens niet wegneemt dat ze ook andere thema’s in het boek aankaart. “Ik schrijf over mijn reis door Kenia. Ik vond de armoede daar soms best eng. In Nairobi belandde ik per ongeluk in een arme buurt en maakte ik mee dat een jongetje mijn halsketting probeerde af te rukken. Later hoorde ik van een Keniaan dat dat soort diefjes vaak worden gelyncht door de meute. Kijk, lijmsnuiverdjes zijn misschien zielig en ik snap ook wel dat je weinig keuze hebt als je honger hebt, maar ze zijn ook lévensgevaarlijk. Dan kun je als westerling nog zoveel waterputprojectjes doen, maar aan die tegenstelling rijk en arm heeft dat nog weinig veranderd.”

De erfenis van een getint meisje is te bestellen via bookscout.nl

advertentie Regenboog Groep

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here