Alle Amsterdamse kinderen van 2,5 tot 4 jaar konden vóór 1 januari 2018 gratis naar de voorschool. De voorschool was een soort peuterspeelzaal met meer nadruk op spelend leren om kinderen voor te bereiden op de basisschool. Vooral kinderen met een risico op taalachterstand hadden er baat bij. Maar sinds januari 2018 bestaat de gratis voorschool niet meer, met alle gevolgen van dien.

Het kabinet besloot dat voorschool en kinderopvang moesten worden samengevoegd. Iedere voorschool moest een kinderopvang voor peuters worden en elk kinderdagverblijf diende in het vervolg voorschoolse educatie aan te bieden.

Deze zogenoemde Harmonisatie­­wet bleek een gedrocht voor de meeste voorschoolse organisaties. Het werd een omvangrijke verandering met grote gevolgen. Vooral de overgang van gratis naar betalen en naar meer uren opvang gaf nogal wat kopzorgen. De hele bedrijfsvoering moest worden aangepast. Ook de ouders bleven niet gespaard. Zij kregen met ingewikkelde administratieve handelingen te maken. Dit leidde tot een afname van het aantal kinderen, met name kinderen met een ontwikkelingsachterstand voor wie die voorschool juist was bedoeld.

Afhakers vooral in West, Nieuw-West en Zuidoost

De afname van peuters was vlak na de harmonisatie vooral in de stadsdelen Zuidoost, West en Nieuw-West voelbaar. De meeste voorscholen in Zuidoost vallen onder de paraplu van welzijnsorganisatie Swazoom. Harvey Sandriman, voormalig directeur van Swazoom stelt vast: “In Zuidoost is het bereik nog lang niet op het niveau van voor 1 januari 2018. We bereiken op dit moment 200 kinderen minder.”

Impuls is een voorschoolaanbieder met veertig voorscholen in Nieuw-West en Bos en Lommer. Het aantal aanmeldingen is daar wel weer terug op het niveau van vóór de harmonisatie. Maar het lijkt om andere ouders te gaan dan voorheen. Directeur Otto Heijst: “Een deel van de kinderen uit de laagste inkomens bereiken we niet. Er zijn meer mensen met een hoger inkomen in West komen wonen, dus we krijgen nu meer aanmeldingen van kinderen uit rijkere gezinnen.”

Volgens Annette de Wit, algemeen bedrijfsmanager van Impuls, krijgt 54 procent van de kinderen in dit deel van de stad van het OKT (Ouder- en Kindteam, voorheen consultatiebureau) een voorschoolse indicatie, ook wel vve-indicatie genoemd. Dat zijn meestal kinderen met een taalachterstand, voor wie de voorschool van groot belang is. De Wit: “Van die groep is 20 procent na de harmonisatie afgehaakt.” Heijst voegt toe: “Veel gehoorde redenen zijn de kosten en de administratieve rompslomp.”

Sandriman van Swazoom over de situatie in Zuidoost: “Het aantal kinderen met een voorschoolse indicatie zat voor de harmonisatie op bijna 80 procent en nu op 41 procent. De ouders zeggen tegen het OKT dat ze geen stempeltje op het voorhoofd van hun kinderen willen. Het geeft ze immers geen voorrang meer, ze moeten nu toch betalen en krijgen er geen extra uren meer voor, die zijn nu voor iedereen gelijk.”

Dat ouders wegblijven heeft ook voor de aanbieder consequenties, en daarmee voor de kwaliteit van de opvang. Sandriman: “Swazoom krijgt door het lagere aantal kinderen met een vve-indicatie minder middelen om de juiste zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan de kinderen.”

Volgens Sandiriman raakt de harmonisatie vooral minima. Ouders met een laag inkomen kunnen de verplichte ouderbijdrage niet meer betalen, ook al is die bijdrage bescheiden. Vooral mensen met schulden halen hun kind noodgedwongen van de voorschool. Maar de meeste uitval komt volgens Sandriman door de administratieve rompslomp met de kinderopvangtoeslag.

“Voor mensen die de taal niet goed spreken, is het niet te doen. De informatie is meestal niet in het Engels of een andere taal beschikbaar. Zij haken af, terwijl juist hun kinderen thuis geen Nederlands spreken en de voorschool bittere noodzaak is om niet met een achterstand op de basisschool te beginnen.” Eenmaal op achterstand is die volgens Sandriman en Heijst bijna niet meer in te halen.

Kinderopvangtoeslag

Wie werkt, kan via de Belastingdienst kinderopvangtoeslag voor de voorschool aanvragen en daar begint de ellende. De Belastingdienst kijkt niet naar het aantal vaste uren dat een kind naar de voorschool moet (16 uur), maar naar het aantal uur dat een ouder werkt. Heijst: “Dat is een groot probleem voor mensen met een nulurencontract of ander flexibel werk zoals freelancers en zzp’ers. Zij kunnen het aantal uren moeilijk inschatten omdat dat per week kan verschillen. Wanneer je onder de 15 uur zit moet je bij betalen. Dit systeem maakt mensen met een laag inkomen extra kwetsbaar. Veel mensen komen er niet uit. Daarom bieden we persoonlijke ondersteuning met het invullen van de aanvraag voor kinderopvangtoeslag. Dat heeft geholpen om de uitval terug te dringen. Voor de niet-gewerkte uren hoeven ouders niet het volle pond te betalen, maar regelen we dat ze alsnog een aanvulling van de gemeente krijgen.”

Zorgwekkende ontwikkeling

PvdA-wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs en Armoedebestrijding vindt het zorgwekkend dat de tegemoetkoming voor werkenden, onder wie werkende minima, via de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst loopt. Moorman: “Wanneer mensen met flexcontracten geld moeten terugbetalen omdat ze een aanvraag verkeerd hebben ingevuld maken ze extra schulden. Ik probeer juist de schuldenomvang te verlagen. Die ouders kunnen compensatie krijgen via de aanvulling kinderopvangtoeslag maar dat blijft omslachtig. Ik zie liever dat het weer helemaal gratis zou zijn.”

Moorman lobbyt in Den Haag voor een toegankelijke gratis voorschool voor iedereen of als dat niet mogelijk is een vergoeding van 100 procent voor de minima in plaats van 96 procent. “We onderzoeken zelf als gemeente de mogelijkheid van een tegemoetkoming voor schrijnende gevallen. Denk aan mensen die net boven modaal verdienen maar heel hoge vaste lasten hebben, waardoor ze de voorschool niet kunnen betalen.”

Moorman beloofde een jaar geleden maatregelen om de terugval tegen te gaan. “Iedereen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum heeft recht op de gemeentelijke armoederegelingen. Ik wil dat verhogen naar 130 procent.” De inkomensafhankelijke ouderbijdrage moet volgens de wet door ouders worden betaald. De laagste bijdrage is €17,- per maand. Dat is weinig, behalve als je het niet kunt missen en al helemaal als je meer kinderen hebt. Om ouders met een laag inkomen financieel tegemoet te komen, kunnen ze in Amsterdam de Scholierenvergoeding Voorschool aanvragen. Ouders met kinderen die naar de voorschool gaan kunnen zo artikelen declareren tot €250,- per kind per jaar.

Armoedepakket

Gezinnen die in de schuldsanering zitten, komen nu ook in aanmerking voor de minimaregelingen, inclusief de scholierenvergoeding (voor de voorschool). Voor kinderen die de dupe werden van de Harmonisatiewet biedt een armoedepakket voor scholen in achterstandswijken hoop. “We verwachten dat begin volgend jaar de eerste scholen daarmee aan de slag kunnen. Het armoedepakket bestaat uit de inzet van budgetconsulenten van de maatschappelijke dienstverleners, de stadspasvergoeding van de ouderbijdrage, taallessen voor ouders, een taalspreekuur en voorlichting over minimaregelingen”, legt Marjolein Moorman uit.

Vanaf januari 2019 mogen de kinderen al vanaf twee jaar naar de voorschool. Voorschoolorganisaties Swazoom en Impuls zijn er blij mee. Taalachterstanden kunnen zo eerder worden gesignaleerd. Moorman: “De invoering van de Harmonisatiewet ligt achter ons, we gaan ons nu vooral op de toekomst richten.”

Vergoeding eigen bijdrage kinderopvang: amsterdam.nl/werk-inkomen/pak-je-kans/vergoeding
Scholieren-vergoeding voor de voorschool: amsterdam.nl/onderwijs-jeugd/voorschool/scholieren-vergoeding-voorschool

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here