© Willeke Duijvekam

‘Werk is geen oplossing’. Waarvoor niet?

“Ik constateer dat er allerlei gebieden zijn waarvoor betaald werk als dé oplossing wordt gezien. Armoede, vrouwenemancipatie, racisme of de psychische gezondheid van mensen. Maar werk is geen oplossing, maar een probleem. Als je gaat werken, ben je altijd overgeleverd aan een machtsrelatie. Je wordt altijd uitgebuit.”

Je bent het niet eens met Mariette Hamer, voorzitter van de Sociaal Economische Raad, die zei: “Er is maar één ding erger dan rotwerk. En dat is geen werk.”

“Die uitspraak gaat erg van uit het idee dat je om een volwaardig burger te zijn, werk moet hebben. Steeds meer mensen zijn bereid slechtbetaald, onzeker werk te accepteren met het idee dat dat de enige manier is om een beetje zelfrespect te houden. En om rond te komen natuurlijk.”

Er is ook steeds meer rotwerk.

“Dat was voor mij een van de redenen om dit boek te schrijven. Er is steeds meer werk dat mensen in armoede en onzekerheid houdt. Er wordt steeds meer van mensen gevraagd, zonder dat daar bestaanszekerheid tegenover staat. En dat zal steeds erger worden, tot we nee zeggen. Zolang we het blijven accepteren, ziet een baas dat alleen maar als een kans om onze grenzen nog verder op te rekken. In het verleden is er gevochten voor een vrij weekend en het recht op vakantie, maar steeds meer van die verworvenheden worden door het marktdenken aangetast. Het probleem is dat we zo uitgeput zijn dat we geen energie meer over hebben om ons politiek te organiseren of ons te bekommeren om onze naasten.”

We horen allemaal bij het ‘precariaat’.

“Dat woord koppelt ‘precair’, dus kwetsbaar, aan het idee van een proletariaat. In die zin is het een nuttige term. Maar het is ook misleidend, want het precariaat is geen georganiseerde groep. En beleidsmakers gaan er al mee aan de haal. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau bijvoorbeeld, bestaat het precariaat uit mensen met onzeker, laagbetaald werk, weinig opleiding en een te hoog BMI. Dat is dus een groep waar we ons zorgen over moeten maken. Maar ik stel juist dat we allemaal met ‘precarisering’ te maken hebben. We hebben allemaal steeds meer te maken met onzekerheid en uitbuiting. Ik heb zelf een vast contract aan de universiteit, maar ik ben ook gedwongen voortdurend te concurreren met anderen. Ik ben ook moe. Iedereen is moe, niemand heeft tijd. Misschien dat er 1 procent van de wereldbevolking niet met precarisering te maken heeft, dat zijn de Jeff Bezossen en Mark Zuckerbergs, maar de andere 99 procent moet werken voor een baas die ze uitbuit.”

Iedereen is precair, maar sommige mensen zijn precairder dan anderen.

“Absoluut. Steeds meer mensen kunnen geen passende woonruimte krijgen of voldoende voedsel organiseren. Steeds meer werkenden leven in armoede. Daarbij zie je dat onder de meest kwetsbaren relatief veel vrouwen zijn en mensen van kleur. En die worden bovendien hard aangepakt. Dat er institutioneel racisme speelt, is door veel wetenschappelijk onderzoek aangetoond.”

En zelfs als je geen werk hebt, heb je nog met precarisering te maken.

“In de verzorgingsstaat was een uitkering een verworven recht. Nu wordt hij steeds meer als voorwaardelijk gezien. En met dit kabinet zal het er niet beter op worden. Al vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw wordt de verzorgingsstaat steeds herzien, en vaak betekent dat afbraak. Het is ook in het belang van de overheid en het systeem dat mensen onzeker worden, want dan gaan ze wel aan het werk. Een inkomensgarantie heb je niet meer, altijd dreigen er sancties en kun je voor fraudeur worden uitgemaakt.”

En je moet ook nog positief zijn en gepassioneerd.

“Daar heb ik net na de vorige crisis samen met Josien Arts onderzoek naar gedaan. Mensen met een uitkering moesten deelnemen aan lesprogramma’s en mochten tegenover sociale diensten niet balen of pessimistisch overkomen, die houding werd niet geaccepteerd. Cliënten moesten laten zien dat ze dromen over een betere toekomst.”

Je hebt ook studie gemaakt naar Dress for Success.

“Op zich is dat een stichting die sympathiek werk doet. Ze zorgen voor gratis kleding zodat mensen zich beter kunnen presenteren tijdens sollicitaties. Maar voor de overheid, die dat programma subsidieert, is het ook een drukmiddel. Vanuit het idee: als je werkloos bent, is het je eigen schuld. Van de andere kant zag ik wel dat cliënten blij weggingen met een mooi jasje. Al was het maar omdat ze weer iets hadden om op een bruiloft aan te trekken.”

Je bekritiseert het klassieke feminisme, dat stelt dat vrouwenemancipatie betekent dat meer vrouwen betaald werk zouden moeten doen.

“Werk is ook hier niet de oplossing, volgens mij. Ook al vind je betaald werk, je komt dan nog in diezelfde machtsrelatie met je baas. En je zorgtaken besteed je uit aan de onderbetaalden van Helpling en Thuisbezorgd, waardoor je het systeem in stand houdt. Dan zie ik veel meer in een waardering van zorgtaken als volwaardig werk. Of in een 30-urige werkweek, zoals het CNV voorstelt. Dan kunnen de zorgtaken ook beter worden verdeeld tussen mannen en vrouwen.”

Werk is geen oplossing. Wat dan wel?

“We moeten inzetten op een begrenzing van het werk. Een manier zie ik in commons. Dat zijn collectieven die hun eigen zekerheden organiseren, zonder tussenkomst van de markt of de staat. Commons organiseren gezamenlijk eigenaarschap en delen de verantwoordelijkheid en de zorg voor bijvoorbeeld een huis, een stuk land, een kinderopvang of wat dan ook. Experimenten in zelfbeschikking en zelfvoorziening dus, bottom-up, dus niet van bovenaf opgelegd. Als je een samenleving zonder uitbuiting wilt, zijn zulke initiatieven een goede stap. En rotwerk weigeren, natuurlijk.”

advertentie Regenboog Groep

Dr. Marguerite van den Berg (1981) is universitair hoofddocent sociologie aan Universiteit van Amsterdam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here