‘Maak vaart met echte herziening Participatiewet’

0
543

door Rutger Groot Wassink

Onlangs debatteerde de Tweede Kamer over de langverwachte herijking van de Participatiewet. De in de brief van minister Schouten aangekondigde maatregelen, zoals het verruimen van de giftendrempel, zijn al geruime tijd zeer gewenste aanpassingen. Ze laten zien dat de minister de intentie heeft om het op wantrouwen gebaseerd bijstandsbeleid bij te sturen. Dat juich ik van harte toe. De vraag blijft echter wel of er op dit moment niet meer nodig is om de bestaanszekerheid van mensen die afhankelijk zijn van een uitkering te versterken. Wanneer krijgt de broodnodige, fundamentele herziening van de nog altijd veel te hardvochtige Participatiewet vorm?

Het zal niemand ontgaan dat de bestaanszekerheid van grote groepen mensen, ook los van inflatie en stijgende energieprijzen, al langer onder druk staat. Onderzoek van onder andere het Nibud en Divosa laat al jaren zien dat de bijstandsuitkering voor velen te laag is om van rond te komen, zelfs in combinatie met de armoedevoorzieningen van gemeenten.

Bijverdienen

Feit is dat de ontwikkeling van het sociaal minimum in de afgelopen decennia geen gelijke tred heeft gehouden met de algemene welvaartsontwikkeling. En een venijnige bezuiniging op de hoogte van de bijstandsuitkering sinds 2011 helpt daar zeker niet bij. In Amsterdam hebben we daarom reikhalzend uitgekeken naar de verruiming van de mogelijkheden voor mensen om bij te verdienen in de bijstand, omdat bijverdienen kan bijdragen aan grotere bestaanszekerheid door een hoger inkomen.

De verruiming die de minister voorstelt, is helaas beperkt. De verschillende vrijlatings-regelingen uit de Participatiewet worden vervangen door één vrijlating van 15 procent gedurende een jaar, met de mogelijkheid om te verlengen als parttime werk (op korte termijn) het hoogst haalbare is.

Hiermee is de duur van het bijverdienen inderdaad een half jaar langer mogelijk, maar het bedrag dat mensen mogen bijverdienen, gaat hiermee voor een deel van de mensen juist omlaag, van 25 naar 15 procent. In Amsterdam mogen mensen die (weer) willen starten op de arbeidsmarkt nu al 30 procent van hun inkomsten uit hun werk behouden bovenop hun bijstandsuitkering (maximaal € 222 per maand). Dit stimuleert bijstandsgerechtigden aantoonbaar om de stap naar werk te maken en resulteert in een hogere uitstroom naar werk. Daarnaast versterkt het de inkomenspositie van mensen die toch al niet breed hebben. Het Amsterdamse model laat zien dat het zinvol is mensen meer en langer bij te laten verdienen. De verruiming die de minister nu voorstelt, lijkt contraproductief.

Bestaanszekerheid

Een groot aantal van de andere aangekondigde maatregelen zoals meer ruimte voor maatwerk en het verminderen van administratieve lasten, zijn goed en kunnen op  draagvlak rekenen. Maar we hebben echt een fundamenteel andere wet nodig. Zo mogen met deze wijzigingen gemeenten nog altijd geen rekening houden of het opzet is of niet als mensen fouten maken door de vele complexe regels uit de Participatiewet. En omdat gemeenten al lang op deze wijzigingen wachten, gaat het deels om zaken waar veel gemeenten zelf de randen van de wet al hadden opgezocht.

Ik roep de minister daarom op om ook vaart te maken met de fundamentele aanpassing van de Participatiewet. Zodat we de oorzaken van de onbedoelde en bedoelde hardheden uit die wet kunnen aanpakken. Verruim de regels rond het bijverdienen in plaats van het te beperken. Stel een lange termijn visie op bestaanszekerheid op, met verdere verhoging van het sociaal minimum. Dit alles biedt gemeenten de ruimte om mensen die in de knel zitten echt te helpen en bestaanszekerheid te bieden.

Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken gemeente Amsterdam

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in