Ruud van der Linden. © Patricia Nauta

Vijftien jaar nadat Ruud van der Linden de deur van de Albert Cuypstraat 241 met een harde klap dichtsloeg, herleeft de periode waarin de bokstrainer wereldwijd indruk maakte met de wijze waarop hij invulling gaf aan zijn sport. In het gebouw van de Vereniging tot bescherming van het Schoolkind zorgde hij voor verbondenheid tussen verschillende culturen; maakte van kinderen kampioenen en van kampioenen gerespecteerde burgers. Nu hij nog kort te leven heeft, doet Van der Linden (78) een oproep aan de gemeente Amsterdam om de succesformule van weleer snel op te pakken.

tekst Jaap de Groot

Het nieuws dat je terminaal bent, heeft tot een explosie aan reacties geleid.

Ruud van der Linden: “Het is inderdaad ongelooflijk. Dagelijks komen er mensen over de vloer en word ik uit de hele wereld gebeld. Opvallend is trouwens hoe weinig relaties uit Amerika contact opnemen en hoeveel uit Rusland en Cuba. Maar het mooiste is natuurlijk dat de groep van toen herenigd is. Laatst hebben ze een ontzettend leuke avond georganiseerd en was iedereen weer bij elkaar. Ik ben nu gepolst of ik toch nog één keer naar de huidige boksschool op de Albert Cuyp wil komen. Na de coup die er in 2006 door een nieuwe generatie bestuurders is gepleegd, ben ik er nooit meer geweest. We gaan het zien.”

De enorme belangstelling zegt toch iets over de impact van het bijna veertig jaar durende project. Juist nu het spanningsveld rond probleemjongeren toeneemt, wordt dat besef extra versterkt.

“Ik denk dat je stelling klopt. Als ik alleen de situatie rond mijn flat in de Bijlmer bekijk, dan zijn we terug bij af. De Bijlmer schreeuwt om een Albert Cuyp 2.0. Er wordt een jeugdhonk gesloten omdat de zoveelste kerk er een plek moest krijgen. Zo worden jongeren gedwongen de straat op te gaan, met alle gevolgen van dien.”

Kan je voor de jongere lezers het verhaal van de boksschool Albert Cuyp nog een keer uitleggen?

“Even corrigeren, het was geen boksschool, maar Boksteam Albert Cuyp. Daar is bewust voor gekozen omdat het onderdeel was van de Vereniging tot bescherming van het Schoolkind, die in het gebouw gehuisvest was. Het woord team symboliseerde beter onze doelstelling. We zijn in 1967 begonnen met eigenlijk niks. Vervolgens werd er geschakeld richting de nieuwe inwoners van Amsterdam. Dat begon in de jaren zeventig met de Surinamers die naar Nederland kwamen, daarna volgden de Turken en Marokkanen en later de Afghanen. Sommige jongens pikten we zo van de straat. Mochten ze bijvoorbeeld op zondagochtend meetrainen bij de Bosbaan en kregen na afloop een kopje thee met een koekje.

Zo simpel is het dus begonnen.

“We hadden van meet af aan twee duidelijke huisregels: de leden moesten jonger zijn dan 21 jaar en in de bokszaal werd alleen Nederlands gesproken. Iedereen dus dezelfde taal. Ik vond het mooi om te zien hoe de jongens zelf nieuwe leden gingen corrigeren. ‘Hé jij, Nederlands praten…’ Ik regelde zoveel mogelijk wedstrijden waarbij we ons als team konden presenteren. Omdat hoe sterker het gevoel van eenheid, hoe sneller cultuurverschillen verdwijnen. Vanuit die teamspirit hoopt de één dat de ander wint, ongeacht zijn achtergrond. Iedereen vormt één blok.”

Tot de begeleiders aan toe.

“Boksteam Albert Cuyp werd door alleen vrijwilligers geleid. Iedereen zat er met zijn hart in en gebruikte het gezonde verstand. Zo kreeg ik de tip dat in een vluchtelingenkamp bij Zeeburg een goede Afghaanse bokstrainer was beland. Ik gaf ‘m een fiets cadeau, met de verplichting om twee keer per week trainingen te komen geven. Maar die man vond het zo fijn om uit het kamp te zijn, dat-ie iedere dag aan kwam fietsen.  Omdat we van de gemeente Amsterdam jaarlijks 54 gulden subsidie kregen, moest ik mijn contacten als fotograaf bij De Telegraaf aanspreken om de boel draaiende te houden. Uiteindelijk klampte iedereen aan. Van Freddy Heineken tot Martin Schröder. Weet je dat Ton Brandsteder, de vader van Ron en de eerste directeur van Sony Nederland, onze eerste sponsor was?”

Maar de kersen op de taart waren natuurlijk alle titels die binnen werden gesleept. Maar dat niet alleen, de jonge boksers werden ook maatschappelijk begeleid.

“In 1978 werd vedergewicht Lahcen Oumghar onze eerste kampioen van Nederland. Een paar jaar later waren dat er acht tijdens één NK! Maar belangrijk was ook dat het sportieve succes een aanzet was tot een goede maatschappelijke carrière. Vooral via de KLM zijn veel jongens aan mooie banen gekomen, tot topfuncties aan toe.”

De formule werd alom geprezen. Boksteam Albert Cuyp reisde de wereld over, Pedro van Raamsdonk ging zelfs naar de Olympische Spelen en jij ontving de Gouden Speld van de gemeente Amsterdam en werd geridderd.

“Als je het allemaal op een rij zet, dan is het inderdaad best uniek geweest.”

In hoeverre heeft het project, waar je in 2006 mee gestopt bent, navolging binnen de gemeente gekregen?

“Iemand als Dominiek Sloote verricht in de Bijlmer fantastisch werk. Hij heeft judo- en boksclubs samengebracht, maar terwijl er met subsidies wordt gestrooid, moest hij zijn huurcontract bij de woningbouwvereniging opzeggen, omdat hij vanwege corona zijn maandelijkse huur van 2.500 euro niet meer kon betalen. Ik heb dat bij het stadsdeel aangekaart en nu maar afwachten wat er gebeurt.”

Je bent niet hoopvol gestemd.

“Als ik hier op een terras zit, dan zie ik honderd potentiële kampioenen voorbij komen. Geweldige atleten, maar waar kunnen ze terecht? Net als met de zorg en het onderwijs zijn de jeugdhonken wegbezuinigd en nu doemen de problemen op. En dan laten ze iemand als Dominiek Sloote, die er desondanks in slaagt iets bijzonders op te zetten, ook nog bungelen. Help die jongen toch!”

advertentie Regenboog Groep

Intussen ben je aan je laatste gevecht begonnen.

“Mijn nieren werken nauwelijks nog, het onafwendbare is nog een kwestie van tijd. Gelukkig is me de tijd gegund om passend afscheid van vrienden te nemen. Zoals ik, als kind van de Bijlmer, straks helemaal in stijl de wijk ga verlaten. Dat heb ik van mijn medebewoners geëist en ze hebben beloofd het te doen. Dus met allemaal dansende dragers onder de kist.”

MUG Magazine december 2021 interview

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here