Betaalbaar wonen is een recht

0
198
Door Zeno Winkels

De Coronacrisis heeft maar weer eens duidelijk gemaakt hoe belangrijk een veilige woning is. De zekerheid van een dak boven je hoofd. Die woning is voor veel huurders alleen wel erg duur. En omdat er een grote economische crisis wordt verwacht, is het de hoogste tijd om huurders wat lucht te geven. Dat voelde de Eerste Kamer goed aan.

Maar ook na maar liefst twee moties waarin een meerderheid van de Eerste Kamer minister Ollongren van Wonen opriep om de huren te bevriezen, gaf ze geen krimp. Er zou maatwerk komen en meer was de minister niet van plan te gaan doen. Dat maatwerk houdt in dat huurders die de huur echt niet meer kunnen betalen, geholpen zullen worden door de verhuurder. Door een betalingsregeling te treffen bijvoorbeeld.

Maar voordat huurders de huur niet kunnen betalen en aankloppen bij de verhuurder, bezuinigen ze al op andere belangrijke zaken. Er staat dan al een tijdje geen pindakaas meer op de ontbijttafel. Of het huis wordt in de winter maar niet warm gestookt. Verjaardagen zonder cadeautjes. Te duur. Hoeven deze huurders dan niet geholpen te worden? Wat mij betreft wel. De minister ziet dat tot nu toe anders.

Voor de Coronacrisis, in 2019, waren er al zo’n 800.000 huurders voor wie huren zo duur is, dat ze eigenlijk te weinig overhouden. Dat bleek uit berekeningen van het Nibud. Alhoewel we als Woonbond met corporaties afspraken wisten te maken om de huren de afgelopen jaren minder hard te laten stijgen, zijn die problemen niet verdwenen. En met de commerciële huursector vielen er geen afspraken te maken. De huur ligt daar dan ook fors hoger.

Mede daarom steekt het dat het maatwerk van de minister huurders nergens echt recht op geeft. Met de pet in de hand naar de verhuurder en hopen op goede wil. Daar komt het in feite op neer.

Dat kan anders. De minister kan de verhuurdersheffing, de belasting op sociale huur, schrappen zodat verhuurders de huren kunnen bevriezen. Zoals in de moties van de Eerste Kamer staat. Of ze kan kijken naar een verruiming van de huurtoeslag. Of kom met ruimhartiger maatwerk waar huurders wel recht op hebben. Er zijn eigenlijk tal van maatregelen te bedenken die beter zijn dan niets doen en hopen dat de verhuurders het wel allemaal oplossen.

De verkiezingen staan al bijna voor de deur. De vraag is of er dit jaar nog iets gaat gebeuren waar huurders eens mee geholpen zijn. Terwijl de economische crisis niet zal wachten volgens de Nederlandsche Bank. Het is, kortom, tijd dat de politiek zich weer om betaalbaar wonen gaat bekommeren. Want betaalbaar wonen is een recht. Geen gunst.

In 2018 sloten de Woonbond en corporatiekoepel Aedes een Sociaal Huurakkoord om de huurstijging aan banden te leggen. Dat was een flinke klus. Er is immers een groot tekort aan woningen en er moet gebouwd worden. Woningen moeten worden opgeknapt en verduurzaamd. En de huren moeten betaalbaar zijn. Dat allemaal tegelijk doen, terwijl het kabinet elk jaar de kassen van de corporaties plundert (en daarmee eigenlijk de portemonnees van de huurders, denk aan ongeveer Ä70 huur per maand), is niet eenvoudig.

Het roer moet om. Minister Ollongren heeft de politieke steun om daar mee te beginnen. Ze kan de eerste stappen zetten. Maar er gebeurt tot nu toe niets. Zucht. Na de verkiezingen is het hoog tijd voor een minister van volkshuisvesting.

Zeno Winkels is directeur van de Woonbond

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here