Nou, feest. Anno 2019 blijkt het minimumloon voor ongeveer 500.000 Nederlanders een minimaal inkomen, waarmee ze net het hoofd boven water kunnen houden. Als ze tenminste geen chronische aandoening krijgen of plotseling de wasmachine moeten vervangen. ‘Het is passen en meten’, zegt Arjan Vliegenthart, directeur van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), in Radio Een Vandaag, dat meldt dat het Nederlands minimumloon tot de hoogste ter wereld behoort.

Minimumloon in Nederland

Het minimumloon is het door de regering vastgesteld bruto uurbedrag voor de laagst betaalde banen, de absolute financiële ondergrens voor verrichtte arbeid. In Nederland wordt het uurbedrag elk jaar vastgesteld. De hoogte hangt samen met de loonontwikkeling. Sinds halverwege jaren negentig loopt het minimumloon in de pas met de cao-lonen. Het huidige bedrag is 9,33 per uur bruto voor een 40-urige werkweek. Werkgevers zijn wettelijk verplicht tenminste het minimumloon te betalen als zij iemand een arbeidscontract geven. De hoogte van uitkeringen als aow en bijstand is gekoppeld aan het minimumloon. Stijgt het minimumloon, dan stijgen deze uitkeringen mee.

Rondkomen van het salaris

De gedachte achter het minimumloon is dat alle kostwinners met een fulltime betaalde baan hun gezin moeten kunnen onderhouden van wat zij verdienen. Dus ook kostwinners met doorgaans slecht betaald eenvoudig of eentonig werk. In Nederland gaat het vooral om uitzendwerk, seizoenswerk, flexwerk en nulurencontracten in de horeca, de schoonmaak, de zorg en de detailhandel (winkels).

Ongeveer een vijfde van de jongeren tot 25 jaar verdient het minimumloon. Dit geldt ook voor een vijfde van de 65-plussers, mensen die nog een aantal jaren moeten werken tot hun pensioengerechtigde leeftijd. Werknemers van buitenlandse afkomst blijven verhoudingsgewijs vaker op het minimumloon steken dan werknemers van binnenlandse afkomst.

Bikkelen om rond te komen

Rita de Vries verloor na de financiële crisis in 2008 het grootste deel van haar inkomen. Ze vond werk op Schiphol. Daar verdiende ze minimumloon op basis van een nulurencontract. Rita: ”Door die baan kon ik me staande houden maar het was wel bikkelen. Het bedrijf waar ik werkte, was slecht voor het personeel en kneep zelfs medewerkers met vaste urencontracten uit. Ik weet zeker dat als er geen wettelijk minimumloon was geweest, het bedrijf mij nog minder was gaan betalen. Ik vind het minimumloon daarom een prima ‘levensstandaardgarantie’ voor werknemers, zeker in slechte tijden.”

Ex-onderneemster Dalila Flink verdient tegenwoordig ook ‘een stuk minder dan koning Willem-Alexander’. Haar bedrijf ging na de financiële crisis in 2008 failliet. “Ik was niet de enige. Alle 45 ondernemers in het Limburgse winkelcentrum gingen over de kop.” Het betekende voor Dalila een periode van schulden afbetalen en uiteindelijk vijf jaar bijstand, wat ze afschuwelijk vond. “Af-schu-we-lijk! Het is in mijn familiekring gewoon not done.” Sinds twee maanden werkt ze via een uitzendbureau op de klantenservice van een groot warenhuis. “Leuk werk en dit bedrijf is goed voor zijn personeel, we zitten in een fijne ruimte, er is vers fruit. Maar ik verdien weinig, 9,82 voor 38 uur per week. Toch heb ik dat liever dan veel geld en een rotbedrijf met huilende managers door de gang, want dat heb ik ook wel eens meegemaakt.” Dalila vindt dat als je niet tevreden bent, je zelf je best moet doen om méér te verdienen. “Ga je omscholen of vraag gewoon om meer. Mijn contract is onlangs verlengd en toen heb ik meteen opslag gevraagd. Mijn leidinggevende staat open voor een voorstel.”

Onrechtvaardig vindt Dalila het minimumjeugdloon, dat een stuk lager ligt dan het gewone minimumloon: “Mijn jonge collega’s krijgen schandalig weinig. Alsof de overheid zegt: je mag pas kinderen krijgen na je 23ste. En dan moeten ze ook nog eens een lening afsluiten om te studeren. Ik vind dat niet kunnen. Goed werk moet goed worden beloond.”

Meedelen in de welvaart

Het minimumloon werd in 1968 ingevoerd ‘vanuit een algemeen sociaal gezichtspunt’, zoals de Sociaal Economische Raad (SER) het destijds verwoordde. Toenmalig minister van Sociale Zaken Bauke Roolvink van de ARP (een voorloper van het CDA) was zelf ooit metaalarbeider en vakbondsman. Hij vond dat ‘iedere werknemer verzekerd diende te zijn van een dusdanig inkomen, dat hij of zij in het licht van de algehele welvaartssituatie een sociaal aanvaardbaar bestaan zou hebben.’

Daarmee werd niet alleen een minimale ondergrens in beloning vastgelegd maar ook bepaald dat het minimumloon gelijk moest opgaan met gestegen welvaart en gestegen kosten voor levensonderhoud.

Voor- en tegenstanders

Vanaf het begin van de invoering zijn er voor- en tegenstanders geweest. Grote tegenstanders zijn veelal de werkgevers. Volgens hen verstoort het minimumloon de ‘natuurlijke’ marktwerking omdat het de lonen kunstmatig ‘hoog’ houdt. Bedrijven nemen daarom minder werknemers aan en kiezen eerder voor kostenbesparende automatisering, zoals zelfbedieningskassa’s in de supermarkt.

Voorstanders zien in het minimumloon een instrument om arbeidsuitbuiting en ongelijkheid te bestrijden. Een bekende voorstander is de Amerikaanse senator en presidentskandidaat Bernie Sanders. Hij strijdt voor het verdubbelen van het minimumloon, dat hij een ‘hongerloon’ noemt en laagbetaalde Amerikanen afhankelijk maakt van voedselhulp. De Franse president Macron heeft, onder invloed van actievoerende Gele Hesjes, eind vorig jaar het Franse minimumloon alvast verhoogd met 100,– per maand.

Laag minimumloon kwestie van politieke keuzes

De laagste inkomens profiteren het minst van de economische groei. Dit is te danken aan politieke keuzes in het voordeel van banken en bedrijven, die de positie van werknemers hebben verzwakt. Daarnaast heeft de politiek gekozen voor een lange periode van loonmatiging en flexibilisering van arbeid. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) is het aantal oproep- en invalkrachten met onzekere en vaak weinig inkomsten gegroeid tot zo’n 2 miljoen mensen. Het minimumloon garandeert nog steeds een ondergrens maar het zittende kabinet Rutte III toont zich vooralsnog niet bereid om die op te rekken. Een regering die niet veel wil uitgeven aan sociale zekerheid heeft er belang bij dat het minimumloon laag blijft. Verhoging van het minimumloon kost de staatskas miljarden euro’s aan meestijgende aow en uitkeringen.

Vakbond eist: 9,33 naar 14,–

De FNV en de beweging Samen voor 14 eisen verhoging van het minimumloon naar bruto 14,– per uur. ‘PostNL keert miljoenen uit aan aandeelhouders en weigert onze postbezorgers meer te betalen dan 10 euro per uur’, staat te lezen op de website Veertien.nu. Hier wordt berekend dat zo’n 2,1 miljoen werkenden direct zullen profiteren van een stijging. Dat zijn de 500.000 mensen met minimumloon plus iedereen die minder dan 14,– per uur verdient. De 4,5 miljoen mensen met een uitkering (waarvan 3,5 miljoen aow’ers) gaan er ook op vooruit. Op 14 april werd in Rotterdam de ‘14’-campagne afgetrapt. De 14-activisten krijgen gelijk van economen die stellen dat verhoging van het minimumloon de economie en werkgelegenheid zal stimuleren.

Om privacyredenen zijn de namen Rita de Vries en Dalila Flink gefingeerd, echte namen bij de redactie bekend

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here