Corona-crisis treft vooral vrouwen en laagopgeleiden

0
960

In april is de corona-crisis echt toegeslagen op de werkgelegenheid. “Een historisch sterke daling van het aantal gewerkte uren”, schrijft het Centraal Planbureau. Vooral laagopgeleiden en vrouwen zijn (weer) de klos.

Afgelopen week is een reeks berichten naar buiten gekomen over de gevolgen van de corona-crisis voor de werkgelegenheid. Het gaat daarbij specifiek over de eerste drie maanden van het jaar. En wat blijkt: de schade valt wel mee en de daling van de werkzame beroepsbevolking is vooralsnog beperkt. Dat komt vooral door twee regelingen van de overheid. Daardoor behielden meer dan twee miljoen mensen hun baan of (een deel van) hun inkomen: 1.7 miljoen mensen via de NOW-regeling en 350.000 ZZP-ers via de Tozo-regeling. Maar het Centraal Planbureau (CPB) is dieper in de cijfers gedoken: het aantal werkelijk gewerkte uren is fors gedaald. Het gaat om een ‘historisch sterke daling’ van het aantal gewerkte uren met 13 procent. Met de hardste klappen voor vrouwen, zelfstandigen en laagopgeleiden.

Vooral horeca en cultuur

De sterke daling van het aantal gewerkte uren treft vooral de horeca (een daling van 48 procent) en de cultuursector (min 35 procent). Dit zijn landelijke cijfers. Voor een stad als Amsterdam met een grote horeca- en cultuursector zullen de cijfers nog wel hoger liggen. De daling treft vooral zelfstandigen (min 24 procent). Gewone werknemers worden minder getroffen (min 12 procent), met nauwelijks een daling van het aantal gewerkte uren voor mensen in dienst van de overheid. Opvallend is dat vrouwen fors minder uren zijn gaan werken dan mannen: min 16 procent bij vrouwen tegenover elf procent bij mannen. Ook is er een opvallend verschil tussen mensen met een laag en een hoog onderwijsniveau: laagopgeleiden zagen het aantal gewerkte uren dalen met 21 procent, en hoogopgeleiden met maar elf procent. Opmerkelijk is verder dat personen met een laag onderwijsniveau ook na de lockdown grotendeels buitenshuis werken. Mensen met een hoog onderwijsniveau zijn grotendeels gaan thuiswerken na de lockdown, aldus het CPB.

25 procent is flexwerker

De studie van het Centraal Planbureau (Arbeidsmarkt: sterkte daling gewerkte uren) laat ook zien dat maar liefst 25 procent van de werkenden in ons land een vorm van een flexibel arbeidscontract heeft. Van de 7.5 miljoen werkenden hebben 700.000 een tijdelijk contract, 540.000 is oproepkracht, 250.000 is uitzendkracht en 380.000 personen hebben een nul-urencontract.

 

 

 

 

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in