Beeld: Reinout Dijkstra

’Zeg nee tegen kinderarmoede’ is een sympathieke boodschap. Kinder­armoede hoeven we in een rijk land als Nederland niet te accepteren. Elk kind heeft recht op gelijke kansen, maar die kansen krijgen arme kinderen helaas niet. Vanaf hun geboorte lopen zij een flinke achterstand op. SIRE startte afgelopen maart een campagne om dit verborgen leed weer onder de aandacht te brengen. Maar heeft het zin om armoedebestrijding alleen op kinderen te richten?

Tekst Tonie Broekhuijsen

Over armoede en kinderen die opgroeien in armoede verschijnen regelmatig rapporten van het Centraal Plan Bureau (CPB), het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Kinderombudsman, Margrite Kalverboer. Met hoopvolle titels als ‘Alle kinderen kansrijk’ en ‘Kansrijk armoedebeleid’ wordt ingezoomd op de effecten van armoede op kinderen. Na publicatie verschijnen in de media schrijnende verhalen van kinderen die opgroeien in armoede, bijstandsmoeders die geen cadeautjes voor verjaardagen kunnen kopen en wethouders die ferm roepen dat de gemeente zich deze wantoestanden wel degelijk aantrekt en dit gaat onderzoeken. Op de verontwaardiging volgen vragen in de Tweede Kamer. En dan komen er antwoorden, dan komen er plannen, en dan komt er soms geld.

Klijnsma-gelden

De vorige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD’er Tamara van Ark, putte zich uit in vaagheden bij het beantwoorden van de vraag hoe het aantal kinderen in armoede in Nederland moest worden verminderd. Haar voorgangster, PvdA’er Jetta Klijnsma, had op de valreep van haar regeerperiode in 2016 besloten om op jaarbasis 100 miljoen uit te trekken voor de armoedebestrijding onder kinderen: 15 miljoen voor organisaties, zoals het JeugdSportfonds en stichting Kinderhulp. De rest werd uitgekeerd aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten, die het geld weer aan gemeenten mocht uitkeren. Het geld moest als gift in natura direct bij kinderen terechtkomen. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een nieuwe fiets, winterkleren of de betaling van het lidmaatschap van een sportclub of muziekles. Het plan leek eenvoudig, maar was verre van waterdicht. Veel gemeenten hadden geen enkel zicht op het aantal arme kinderen in de gemeente; sommigen ontkenden zelfs dát er arme kinderen binnen de gemeentegrenzen verbleven. Het geld was ook niet geoormerkt, waardoor diezelfde gemeenten er niet voor terugdeinsden de subsidie te storten in de algemene middelen.

Na een vernietigende evaluatie in 2018 werd de regeling in 2019 door staatssecretaris Tamara van Ark geschrapt. Was de armoede onder kinderen dan opgelost? “Uit de evaluatie blijkt namelijk dat de Subsidieregeling beperkte meerwaarde biedt ten opzichte van de verstrekkingen die gemeenten en landelijke armoedepartijen bieden binnen de bestaande infrastructuur van armoedebestrijding. Versnippering van het aanbod aan kinderen in armoede dient te worden voorkomen.” Nee dus.

Harde opvoedstijl

Sinds de eeuwwisseling blijkt grofweg 10 procent van de kinderen in Nederland in armoede op te groeien. De absolute cijfers veranderen per jaar, maar het gaat om ruim 250.000 kinderen. In elke lagere schoolklas zitten twee tot drie kinderen die opgroeien in armoede, berekende de Sociaal Economische Raad (SER) in het rapport Opgroeien zonder armoede. Eenderde van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede, is afkomstig uit eenoudergezinnen. Hoe meer kinderen een ouder alleen moet opvoeden, hoe groter de kans op armoede. Nog een opvallend feit, aldus het SER-rapport, is dat ruim een kwart van de kinderen die in armoede opgroeien, werkende ouders heeft.

Kinderen kunnen er niets aan doen dat hun ouders weinig verdienen of van een uitkering moeten rondkomen. Maar kinderen ervaren dagelijks de gevolgen van armoede. Ze maken zich zorgen of er eten op tafel komt, of er wel geld is voor nieuwe kleding of schoolspullen. Ze eten minder gezond dan leeftijdsgenootjes waar thuis wel genoeg geld is. Ze zitten niet op een sportvereniging. Soms durven ze geen vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis te nemen omdat hun ouders ziek zijn of verslaafd – of zoveel andere problemen hebben dat ze nauwelijks aanspreekbaar zijn. Kinderen voelen bijvoorbeeld haarfijn aan dat aan het eind van de maand hun ouders stress hebben omdat er rekeningen moeten worden betaald. Die onzekerheid en angst van hun ouders nemen de kinderen mee naar school.

In het rapport Alle kinderen kansrijk constateert kinderombudsman Margrite Kalverboer: ‘Ouders in armoede staan zodanig onder druk dat zij minder oog hebben voor hun kinderen. Stress gerelateerd aan armoede wordt in verband gebracht met een hardere opvoedstijl. Ouders zijn bijvoorbeeld afstandelijker en bestraffend naar hun kind, reageren met minder inlevingsvermogen op hun kind en kunnen hun kind minder goed aanmoedigen.’

Treurige feiten

Er zijn in de afgelopen decennia talloze onderzoeken gedaan naar de effecten van armoede op kinderen. Concluderend sommen ze allemaal dezelfde treurige feiten op. Kinderen die in armoede worden geboren, hebben een lager gewicht dan andere kinderen. De sterfte onder baby’s die in armoede worden geboren, is hoger dan onder baby’s uit gezinnen met een gemiddeld inkomen. De gezondheid van arme kinderen is over het algemeen zwakker; ze hebben vaker chronische klachten, zoals bijvoorbeeld astma. De klachten komen voort uit slechte(re) woonomstandigheden: weinig ruimte en geluidsoverlast zijn slecht voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Het feit dat de ouders lange tijd stress ervaren, beïnvloedt uiteraard ook de band tussen kinderen en hun ouders. Zij voelen zich thuis veel minder veilig dan kinderen die in betere omstandigheden opgroeien.

Pleisters plakken

Als het over armoede gaat, lijden we in Nederland massaal aan wat psychologen ‘cognitieve dissonantie’ noemen: wat we onszelf vertellen, klopt niet met de werkelijkheid. We bestrijden armoede door pleisters te plakken: regelingen voor kinderen van tientallen stichtingen, met subsidies, liefst in natura. Omdat kinderen niets aan armoede kunnen doen, leggen we onuitgesproken de schuld van die armoede bij hun ouders neer. Daarbij vergeten we één ding: die kinderen zijn voor hun dagelijkse verzorging afhankelijk van die schuldige ouders. Die ouders moeten er wel voor zorgen dat de kinderen kunnen gebruikmaken van al die verschillende subsidies van al die verschillende stichtingen.

Armoede oplossen onder kinderen is hetzelfde als een lekke boot repareren door alleen te hozen. Iedereen begrijpt dat de boot daarmee niet wordt gerepareerd. Het lek moet boven water komen. Dan kan je het repareren. Met het bestrijden van kinderarmoede bestrijd je een symptoom, niet de oorzaken van het probleem. Wil je armoede onder kinderen bestrijden, dan moet je bij de ouders beginnen.

Wat zijn duurzame oplossingen?

  • Om te beginnen moet het minimumloon in Nederland worden verhoogd. Een kwart van de kinderen die in armoede leeft, heeft
    werkende ouders.
  • Aangezien de hoogte van de uitkeringen gekoppeld is aan het minimumloon gaan uitkeringen ook omhoog.
  • Kinderalimentatie niet aftrekken van de bijstandsuitkering van alleenstaande gescheiden ouders: dit geld is een bijdrage in de kosten van de kinderen. Geen inkomen voor de ouder.
  • De kostendelersnorm voor ouders en kinderen in de bijstand opheffen. Dankzij deze regeling worden kinderen vanaf hun 21-ste jaar uit huis de straat op gejaagd.
  • Gesubsidieerde (gratis) schoolontbijt- en lunches organiseren op alle lagere scholen in Nederland.
  • Gesubsidieerde (gratis) leencomputers voor kinderen die het nodig hebben.
  • Gesubsidieerde (gratis) plekken bij sport- en muziekverenigingen voor kinderen van ouders met weinig geld.

Tonie Broekhuijsen publiceerde op het journalistieke onderzoeksplatform Follow The Money onlangs een zesdelige serie over Armoede in ­Nederland.

 

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here