We willen werken in een land zonder schijnzekerheid!

0
217
Door Roos Wouters
Roos Wouters |
© Maarten Noordijk

Onlangs presenteerde de commissie Regulering van Werk het adviesrapport In wat voor land willen wij werken? De titel en de opdracht die de commissie had meegekregen, gaven mij hoop. De commissie moest onderzoeken in hoeverre de regels die in Nederland gelden rondom het verrichten van werk, nu en in de toekomst, nog leiden tot de gewenste uitkomsten voor werkenden, bedrijven en de samenleving als geheel.

Op die vraag is volgens mij maar een antwoord mogelijk: Nee! Met arbeidswetgeving die sinds de invoering in 1907 nauwelijks is aangepast – en die er dus nog steeds vanuit gaat dat werkgevers in meerderheid zo rijk en machtig zijn dat zij een leven lang voor een grote groep arme laagopgeleide arbeiders kunnen zorgen – kom je niet meer tot de gewenste uitkomsten voor de snel groeiende groep modern werkenden, het groeiend aantal mkb-bedrijven en de (geflexibiliseerde) samenleving.

De commissie concludeerde dan ook dat onze arbeidsmarkt fundamenteel moet worden hervormd op basis van vier uitgangspunten: wendbaarheid, weerbaarheid, duidelijkheid en wederkerigheid. Tot zover was ik positief. Maar helaas, zodra je leest hoe de commissie tot die hervorming denkt te komen, dan blijkt ook zij niet immuun voor de heersende ‘polder-kramp’; het reflex om alle problemen te willen verhelpen door terug te grijpen naar oplossingen uit vroegere tijden.

Begrijpelijk is dat wel. Stel dat je als polderpartijen – werkgeversorganisaties als VNO-NCW en werknemersorganisaties als FNV in samenwerking met de politiek – jaren hebt gewerkt aan het ontwikkelen van een hamer omdat we vroeger vooral met spijkers werkten. Dan is het zuur om te concluderen dat jouw hamer alleen niet meer voldoet omdat men tegenwoordig steeds vaker met schroeven en nietjes werkt. Dan moet je ineens met nieuw gereedschap komen en die conclusie is kennelijk zo zuur dat er altijd wel weer iemand op het lumineuze idee komt om niets aan de hamer te veranderen maar om alle energie te steken in het ontmoedigen van het gebruik van die verrekte schroeven en nietjes. Want als je iedereen alleen met spijkers laat werken, dan heb je helemaal geen probleem maar de ultieme oplossing; de oude vertrouwde hamer. Geloof me, als je je lang genoeg omgeeft met mensen uit de politieke polder, dan klinken dit soort redenaties vanzelf als pure logica. Ook de commissie Regulering van Werk redeneert vanuit ‘polder-logica’ wanneer ze adviseert om terug te grijpen naar oplossingen uit vroegere tijden. Uit de tijd dat de vaste baan nog zekerheid bood, iedereen zich eenvoudig in hokjes en zuilen liet stoppen en toen geluk nog heel gewoon was. Zo suggereert de commissie dat, wanneer er alleen nog wordt geflext bij ‘piek en ziek’, het zelfstandig ondernemerschap van alle voordelen wordt ontdaan en werkgevers iedereen  ‘gewoon’ weer in vaste dienst nemen, alles weer helemaal goed komt. Dit advies – als iemand het al op zou volgen – is ongeveer net zo conservatief als het advies om je financiële zekerheid in een huwelijkspartner voor het leven te zoeken.

Kennelijk is het nog niet tot de commissie doorgedrongen dat het vaste contract tegenwoordig evenveel (schijn)zekerheid biedt als een hedendaags huwelijk. Alle romantiek ten spijt. Wil je mensen werkelijke wendbaarheid, weerbaarheid, duidelijkheid en wederkerigheid verschaffen op een arbeidsmarkt in beweging, dan moet je ze juist minder afhankelijk maken van werkgever, partner en hypotheekverschaffer! Koppel het hebben van zekerheden – zoals de opbouw van een persoonlijk ontwikkelbudget en een inkomen bij arbeidsongeschiktheid, zwangerschap en pensioen – daarom aan de werkenden zelf en niet aan (de grillen van) een werkgever. Zo verschaf je zekerheid in combinatie met wederkerige flexibiliteit.

Roos Wouters
organisatieadviseur en mede-oprichter van de Werkvereniging

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here