Proef ‘basisinkomen’ Finland toch niet mislukt

Onderzoek laat zien dat het Finse experiment met een vorm van basisinkomen – eigenlijk regelarme bijstand – een stuk succesvoller is dan in eerdere berichten werd gesuggereerd. Deelnemers voelden zich beter, waren gezonder én optimistischer.

0
393
Basisinkomen
Basisinkomen

De proef met een vorm van basisinkomen in Finland blijkt toch succesvoller dan het NOS-Journaal berichtte. Dit blijkt uit een voorlopig onderzoek in opdracht van het Finse ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Vooral het welbevinden van de deelnemers lag significant hoger dan bij de controlegroep die gewone bijstand ontving.

De onderzoekers stellen vast dat deelnemers aan het experiment – die €560,- per maand ontvingen zonder verdere eisen en met de mogelijkheid om bij te verdienen – zich lichamelijk en geestelijk beter voelden dan de controlegroep. ‘De deelnemers ervoeren duidelijk minder problemen met gezondheid, stress en concentratievermogen dan de leden van de controlegroep’, aldus de onderzoekers.

Opmerkelijk is dat de experimentele groep ‘aanzienlijk meer’ vertrouwen in de eigen toekomst had en het gevoel van grip op sociale thema’s. Het vertrouwen in de medemens was ook iets groter dan onder degenen die onder het gewone uitkeringsregime vielen. Hetzelfde gold voor het vertrouwen in instituties zoals het rechtstelsel en de politie. Politici werden door de testgroep aanzienlijk meer vertrouwd dan door de controlegroep.

Niet meer arbeidsdeelname maar ook niet minder

Op één punt klopt de minder positieve conclusie van het NOS-Journaal: de ontvangers van het basisinkomen (BI) waren niet ‘duidelijk’ meer gaan werken. Maar ook zeker niet minder. Van de BI-groep werkte 31% ten tijde van het experiment, waarvan 38% parttime. In de controlegroep werkte 25%, waarvan 30% parttime. Vanwege de omvang van de groep (een paar honderd) noemen de onderzoekers het verschil niet significant.

Voor het feit dat het basisinkomen niet tot een duidelijk grotere arbeidsdeelname heeft geleid zijn meerdere verklaringen, zoals structurele werkloosheid in bepaalde sectoren en de vaak grotere afstand tot de arbeidsmarkt van langdurig werklozen. Het onderzoek betrof slechts een periode van één jaar.

Geen echt basisinkomen maar een ‘regelarme’ bijstand

De proef startte in 2017 voor de duur van twee jaar. Werklozen kregen in plaats van hun uitkering iedere maand €560,- netto. Daar hoefden ze niets voor te doen en bijverdienen was twee jaar lang toegestaan. Finland leek daarmee voor te gaan in de discussie over het basisinkomen, zoals die in meer landen wordt gevoerd zoals Canada, Italië en ook in Nederland. Maar het experiment wordt door de huidige centrum-rechtse regering niet voortgezet. Van een echt basisinkomen was in Finland overigens geen sprake. De Finse basisuitkering verving een bijstandsuitkering die meer weg heeft van het ‘stempelen’ zoals Nederland kende voor invoering van de bijstand. Finse bijstandsgerechtigden dienen iedere maand opnieuw hun uitkering aan te vragen. Ze moeten per dag aantonen of ze gewerkt hebben en hoeveel ze hebben verdiend. Het zogenoemde ‘basisinkomen’ verving dan ook vooral veel administratieve rompslomp, althans voor de 2.000 ‘gelukkigen’, die werden geselecteerd om aan het experiment mee te doen. Deelname was niet vrijwillig.

COMMENTAAR

De uitkomsten van de Finse proef zijn vooral een opsteker voor gemeenten die met een regelarme bijstand experimenteren. De Finse deelnemers gedijen een stuk beter dan hun ‘stempelende’ lotgenoten in de reguliere bijstand.

Bijstandsontvangers worden in de Nederlandse bijstandsexperimenten minder lastiggevallen met eisen zoals de tegenprestatie en sollicitatieplicht, en mogen iets meer bijverdienen dan in de gewone bijstand. In feite is het Finse ‘basisinkomen’ niet veel meer dan zo’n vorm van regelarme bijstand, met als belangrijk verschil dat er meer mag worden bijverdiend zonder dat deze inkomsten op de uitkering worden gekort.

Het maandbedrag van €560,- lijkt niet veel. De levensstandaard in Finland is ongeveer vergelijkbaar met Nederland. Wel ontvingen de deelnemers een vorm van woontoeslag (housing allowance). Volgens het onderzoek ontvingen de deelnemers aan het experiment evenveel aan uitkering als gewone bijstandsgerechtigden. Zou een dergelijk experiment in Nederland worden uitgevoerd, dan zou het ‘basisinkomen’ ook gelijk moeten zijn aan de bijstand.

Een echt basisinkomen is iets heel anders dan waar nu in Finland mee is geëxperimenteerd. Een basisinkomen is een vast maandbedrag waar iedere volwassen ingezetene van een land op kan rekenen, ongeacht zijn of haar bezigheden: werkloos, studerend, gehandicapt, gepensioneerd of hard werkend. Wie zelf behoorlijk verdient, heeft vanzelfsprekend veel meer te besteden. Het basisinkomen veronderstelt een heel ander belastingstelsel dan het huidige, waarbij het basisinkomen ook wel voorgesteld als een vorm van negatieve inkomstenbelasting. Het consequent aanduiden van vormen van regelarme bijstand als ‘basisinkomen’ doet onvoldoende recht aan de discussie over het echte basisinkomen. Een basisinkomen heeft veel grotere consequenties voor de maatschappij – samenleving en economie – als geheel.

Toch is het Finse experiment interessant. Het ondersteunt de hypothese dat een basisinkomen mensen aanzienlijk minder frustreert dan het huidige sociale stelsel, met al zijn regels en voorwaarden. Ook de bevinding dat ontvangers van het Finse ‘basisinkomen’ beduidend minder wantrouwend waren jegens de politiek, de instituties en de samenleving als geheel lijkt winst in deze tijd van populistisch extremisme en nihilisme.

Een kritische kanttekening is ook op z’n plaats: het Finse onderzoek levert slechts ‘voorlopige resultaten’ op over een wel erg korte periode: één jaar. Langetermijneffecten zijn dus niet gemeten. Er kan dus weinig worden gezegd over wat een basisinkomen op de lange duur doet met iemands welbevinden, zelfvertrouwen en bereidheid of vermogen tot arbeidsparticipatie.

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here