Het is niet de schuld van oudere werklozen dat ze moeilijk een baan vinden, betogen hoogleraar Joop Schippers en onderzoeker Jan Dirk Vlasblom. Ondertussen zijn ze wel hard nodig gezien de krapte op de arbeidsmarkt. Dit is een voor MUG Magazine ingekorte versie van hun betoog op Socialevraagstukken.nl.

Door Joop Schippers en Jan Dirk Vlasblom

Er is alweer enkele jaren sprake van een aantrekkende conjunctuur en dalende werkloosheid. Toch slagen vooral oudere werklozen er lang niet allemaal in opnieuw een baan te bemachtigen. Met het toenemen van hun werkloosheidsduur verminderen hun kansen bovendien nog verder. Immers: met iemand die ondanks de toenemende krapte op de arbeidsmarkt nog altijd geen nieuwe baan gevonden heeft, moet wel iets mis zijn, zo wordt geredeneerd.

Verschillende factoren worden genoemd ter verklaring waarom oudere werklozen moeilijk opnieuw aan de slag komen. Bijvoorbeeld zoekintensiteit, de met leeftijd oplopende beloning en de mate waarin ouderen bereid zijn hun loonwensen aan te passen. Ouderen zouden – met als steuntje in de rug hun ‘riante’ uitkering – onvoldoende hun best doen en niet bereid zijn een stapje terug te doen. In economische termen: hun ‘reserveringsloon’ zou te hoog zijn.

Aan de hand van onderzoek op basis van het Arbeidsaanbodpanel (AAP) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor de periode 2008-2016 komen wij tot de conclusie dat deze verklaringen geen grond hebben. We zien dat oudere werklozen niet substantieel minder vaak solliciteren. Wel kan het zijn dat een oudere werkloze, die al decennialang niet heeft gesolliciteerd, moeilijker de juiste toon weet te treffen om een moderne, jonge HR-manager te overtuigen.

Ook de stelling dat ouderen ‘steeds maar meer’ zouden gaan verdienen, mist grond. Nederland kent een stelsel van oplopende loonschalen. In veel van die schalen bereiken werknemers tussen hun veertigste en hun vijftigste het maximum. Als ze dan alsnog meer gaan verdienen, is dat omdat de werkgever vindt dat de bevorderde werknemer dat waard is.

Ook de claim dat oudere werklozen nauwelijks bereid zijn hun loonwensen neerwaarts aan te passen vindt geen steun. Natuurlijk zijn er individuen die de werkelijkheid niet onder ogen willen zien dat hun kennis en vaardigheden in een nieuwe werkcontext minder waard zijn dan in hun oude baan. Maar de variatie is groot. Ongeveer de helft stelt zijn loon in neerwaartse richting bij. Juist ouderen zijn daar vaker toe bereid.

We hebben ook onderzocht of een lagere loonwens überhaupt bijdraagt aan een grotere kans om een nieuwe baan te vinden. Uit onze schattingen blijkt een heel beperkt verband. Bereid zijn salaris in te leveren, is niet genoeg. Het is dus niet zo dat ouderen niet opnieuw een baan vinden vanwege hun te hoge inkomenseisen.

En als ze solliciteren op een baan- en salarisniveau dat beduidend lager ligt dan hun laatste baan, worden ze niet serieus genomen, omdat ze onder hun niveau solliciteren. Het resultaat is in beide gevallen gelijk: ze worden niet aangenomen.

Een man of vrouw van boven de vijftig met een eigen woning en gezinsverantwoordelijkheden ‘afschepen’ met een lage beloning voelt bovendien voor veel werkgevers niet goed en past slecht bij de Nederlandse traditie van oplopende loonschalen. Het aannemen van oudere werklozen past sowieso slecht bij de diepgewortelde – en ooit rationele – traditie binnen organisaties om continu te streven naar verjonging. Toch zal deze traditie op de helling moeten in een tijd waarin toenemende krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing van de beroepsbevolking samenkomen. De traditie is immers niet langer rationeel: in veel functies en beroepen zijn jongeren niet automatisch productiever dan ouderen en bovendien droogt het reservoir jongeren langzaam op.

Joop Schippers is hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht/NSVP-fellow bij het NIAS. Jan Dirk Vlasblom is verbonden aan het SCP
advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here