Kiezen voor een Europa van het bedrijfsleven of van de burger

U mag weer stemmen! Op 23 mei wordt er een weer een feestje der democratie gebouwd, al trekt zo’n Europees feestje traditioneel minder stemmers dan landelijke of gemeentelijke verkiezingen. Jammer eigenlijk, want de Europese Verkiezingen gaan wel ergens over.

0
234
©Gabriël Kousbroek
©Gabriël Kousbroek

 

Tekst Joop Lahaise | Beeld Gabriël Kousbroek

 

Voor menig Europeaan is de Europese Unie een ver-van-mijn-bed-show. En laten we eerlijk zijn, veel EU-maatregelen zijn bureau­cratisch en betreffen vooral het economisch verkeer. Toch heeft iedereen dagelijks met de EU te maken en niet alleen dankzij de euro als betaalmiddel in de meeste – niet eens alle – EU-landen. Voor jongere generaties nauwelijks meer voor te stellen, maar dankzij de EU reizen we zonder noemenswaardige grenscontrole door praktisch heel Europa. Handig is ook dat je niet meer failliet dreigt te raken door je telefoon per ongeluk op roaming te laten staan als je een weekje in Spanje op het strand ligt of in Frankrijk op de camping staat.

Voor vrede en handel

De grootste verdienste van de EU is dat Europese landen, na eeuwen van bloedige oorlogen, met de holocaust als dieptepunt, de handen ineen hebben geslagen om al te grote onderlinge verschillen in welvaart en internationale belangen te overbruggen. Het vrije verkeer van goederen en personen heeft ook bijgedragen tot meer begrip tussen volkeren.

De dreiging van toch weer een harde grens tussen Ierland en Groot-Brittannië (Noord-Ierland) als gevolg van de Brexit heeft vorige maand alweer geleid tot oplaaiend geweld. Tot eind vorige eeuw ging Noord-Ierland gebukt onder een veertig jaar durende burgeroorlog, met meer dan 3.500 dodelijke slachtoffers.

De rol van de EU als vredebewaker ten spijt is er ook onvrede over het functioneren van de EU. Britten stemden niet voor niets voor vertrek, al waren de Brexit-argumenten vaak nog zo irreëel. De kritiek op de EU luidt vaak dat de unie de belangen van het groot-kapitaal voorop stelt, ten koste van de belangen van de inwoners. De vrije interne markt leidt tot een harder kapitalisme, dat zich minder hoeft aan te trekken van beperkende nationale regels. Ook het vrije verkeer van personen heeft zijn keerzijde. Goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa concurreren met ‘eigen’ arbeiders, in vooral de agrarische sector, transport en bouw.

Roep om een socialere Europese Unie

Amsterdammer Paul Tang is Europarlementariër voor de PvdA. Hij herkent het idee dat de EU er vooral is om de belangen van het groot-kapitaal te behartigen. “Maar er is een kentering gaande. Meer partijen en regeringsleiders zien in dat de EU meer moet opkomen voor de belangen van burgers.”

Het is ook de EU die maatregelen neemt om de grote ongelijkheid in inkomens aan te pakken. ‘Gelijk loon voor gelijk werk’ luidt het principe waarmee Europese politici de onrust willen wegnemen over arbeidsmigratie en oneerlijke concurrentie. Werknemers moeten het cao-loon van het gastland en aanvullende voorzieningen krijgen. In 2020 moet dat in alle lidstaten zijn geregeld. Alleen vrachtwagenchauffeurs zijn nog uitgezonderd. Tang: “Ook daar wordt aan gewerkt en er is voor chauffeurs wel al iets bereikt qua werkomstandigheden. Denk aan rij- en rusttijden. Lastig is dat een aantal Oost-Europese landen ook hierin dwars ligt én dat chauffeurs lastiger te controleren zijn dan bijvoorbeeld bouwvakkers, die op een vaste plek werken.”

Andere terreinen waar de EU zich laat gelden, zijn het milieu en de privacywetgeving. Zo is het mede aan Europese regels te danken dat bedrijven en burgers hun afval niet meer op het oppervlaktewater en in de bodem mogen dumpen. Dankzij Europese samenwerking keren forellen en bevers weer terug in de rivieren. Ook onderneemt de EU actie tegen wegwerpplastic. En ook op het gebied van belastingwetgeving wordt de EU belangrijker.

De kritiek dat het allemaal nog stroperiger gaat dan in de landelijke politiek klopt, maar daar staat tegenover dat internationale afspraken effectiever zijn. Ook de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), die de privacy van burgers op het internet beter moet beschermen, is een Europese regel.

Of neem de aanpak van ‘belastingontwijkers’ als Google, Facebook, Apple en ons eigen Shell. Dat is Paul Tangs terrein. “Belastingen zijn nu net het onderwerp waar het Europees Parlement slechts advies over uit mag uitbrengen. We gaan niet over belastingwetgeving. Maar als parlementariër kom ik op plekken waar anderen niet komen, tot in de Bundestag (het Duitse parlement, red.). Ik lobby bij nationale regeringen en parlementen om belastingontwijking aan te pakken. Zonder Europese samenwerking lukt dat niet. Gaat dat langzaam? Ja, want de EU kan lidstaten niet zomaar van alles opleggen.”

Parlement, commissie en raad van ministers

Waar stemmen we eigenlijk voor? Bij landelijke verkiezingen kiezen we een volksvertegenwoordiging: de Tweede Kamer en ook gemeenteraden en provinciebesturen. De winnende partijen smeden een coalitie, die land, stad en provincie besturen. De kiezer bepaalt dus vrij direct bij wie de dagelijkse macht komt.

In Europa ligt dat anders. Het Europees Parlement kiest niet op grond van het verkiezingsresultaat een regering. Dat maakt het EP niet minder belangrijk want het bepaalt wel of wetten van de Europese Commissie (EC), zeg maar de regering of het dagelijks bestuur van de EU, worden goedgekeurd of gewijzigd. Zelf initiatieven nemen kan het EP dan weer niet. Die bevoegdheid ligt bij de EC en de Raad van Ministers.

De EC telt 28 eurocommissarissen. Iedere lidstaat levert er één. Voor Nederland is dat Frans Timmermans (PvdA). Zij stellen wetten voor die voor de hele EU gelden. Denk aan de aanpak van roaming voor bellen en internetten binnen de EU. Voormalig eurocommissaris Neelie Smit-Kroes (VVD) was daar een van de initiatiefnemers van. Om een wetsvoorstel aangenomen te krijgen heeft de EC toestemming nodig van de Raad van de Ministers, ook wel Raad van de Europese Unie genoemd. Daarin zitten de ministers van de lidstaten.

Maar dat is niet voldoende om een wet aangenomen te krijgen. Ook het Europees Parlement moet akkoord gaan. Europeanen hebben dus via twee verkiezingen inspraak in het EU-beleid: via hun eigen nationale parlement, waarvan de winnaars doorgaans een regering vormen en dus ook de ministers leveren voor de Raad. En op 23 mei kiezen Europeanen de leden van het EP.

Waarom minima zouden moeten stemmen

Waarom zouden minima op 23 mei moeten gaan stemmen? Paul Tang: “Wat ik eerder zei, de keus tussen de belangen van het groot-kapitaal of de belangen van de Europese burgers. Het aanpakken van belastingontwijking en zorgen dat de winst van bedrijven ook naar overheden gaat, die met de winstbelasting voor goede sociale voorzieningen en werkgelegenheid kunnen zorgen. Niemand gelooft toch meer dat wat goed voor het bedrijfsleven is automatisch goed is voor de gewone man?”

advertentie Regenboog Groep

Veel Nederlanders denken ondertussen aan Polen die thuis van ‘onze’ ww vakantie vieren. Paul Tang: “Daar hebben ze premie voor betaald. Het is in ieders belang dat er in heel Europa een minimumloon geldt en dat er sociale voorzieningen zijn. Gelijke beloning voor gelijk werk hoort daar bij, dus ook dat iemand de uitkering waar hij premie voor heeft betaald en waar hij recht op heeft mee kan nemen. Dan wel op onze voorwaarden, zoals sollicitatieplicht. Daar moet een Nederlandse werkloze immers ook aan voldoen.”

Klopt het dat de EU werkt aan harmonisatie van sociale regels en dat daardoor de voorzieningen in arme landen beter worden ten koste van de sociale voorzieningen hier? “Absoluut niet”, meent Tang. “Het minimumloon en de sociale voorzieningen moeten overal voldoende zijn om van te leven, maar wel naar de maatstaven van de verschillende lidstaten. In Nederland moeten het minimumloon en daarmee de uitkeringen juist omhoog.”

Het Europees Parlement bestaat uit 751 leden. Ze worden voor een periode van vijf jaar gekozen. Hoe meer inwoners een lidstaat telt, hoe meer zetels. Al ligt de verdeelsleutel ingewikkelder: kleine landen hebben minder inwoners nodig voor één zetel dan grote landen. Dat is om te voorkomen dat de grootste lidstaten al te veel macht krijgen. Nederland heeft momenteel 26 zetels.

Het EP telt acht fracties, inclusief 25 niet gebonden parlementsleden die samen één fractie vormen. De twee grootste zijn de Europese Volkspartij (EVP, van vooral christen-democraten zoals het CDA) en de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D). Andere fracties: Europees Unitair Links/Noords Groen Links (GUE/NGL), De Groenen/Vrije Europese Alliantie (Groenen/VEA), Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE), Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EVDD) en Beweging voor een Europa van Naties en Vrijheid (ENF) rond het Franse Front National. Voor Nederland doen alle partijen mee die ook in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, plus Jezus Leeft, De Groenen, Volt Nederland en Vanderegio/Piratenpartij. Voor programma’s en kandidatenlijsten verwijzen wij naar de websites van de partijen.

Op deze partijen kunt u stemmen, met erachter de lijsttrekker en voor zover bekend de Europese fractie:
VVD (Malik Azmani) en D66 (Sophie in ’t Veld ) voor ALDE
PvdA (Frans Timmermans) voor S&D
CDA (Esther de Lange) voor EVP
GroenLinks (Bas Eickhout) voor de Groenen/VEA
FvD (Jan Derk Eppink), sluit zich mogelijk aan bij ECR
SP (Arnoud Hoekstra) en de PvdD (Anja Hazenkamp) GUE/NGL
PVV (Marcel de Graaff) voor ENF
ChristenUnie/SGP voor ECR

Frans Timmermans is Spitzenkandidat voor S&D. Als ‘eerste kandidaat’ dingt hij mee naar de positie van voorzitter van de EC, de enige rol binnen de EC waar de kiezer direct invloed op heeft. Timmermans krijgt die rol alleen als hij een meerderheid van het EP meekrijgt. Ook Bas Eickhout (GroenLinks) is Spitzenkandidat (voor de Groenen/VEA). De meeste partijen die op 23 mei meedoen, hebben op hun website informatie over hun kandidaten en standpunten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here